Vierkant.

…en dus beweegt zij zich door kamers die altijd vierkant lijken te zijn, zelfs wanneer de muren krommen onder sociale verwachtingen en de vloer wiebelt van impliciete bedoelingen; zij, wier manier van kijken nooit bedoeld was als afwijzing maar als precisie, als een soort morele plicht tot duidelijkheid, want hoe kan men zich oriënteren als alles voortdurend beweegt behalve de zwaartekracht van de logica? Zij wacht niet op een gevoel, zij wacht op een patroon, een bevestiging, een herhaling, iets dat klopt, zoals een reeks voetstappen die met exacte tussenpozen weerkaatsen op een gladde vloer — daar ligt veiligheid, en dus waarheid, en dus realiteit.

De anderen, altijd in beweging, spreken in taal die schommelt tussen betekenis en gebaar, alsof hun woorden meer klank zijn dan structuur, en terwijl zij lachen op het verkeerde moment en hun ogen glijden langs onzichtbare punten van betekenis, probeert zij het te begrijpen door de dingen op te schrijven, te tekenen, schema’s te maken waarin hun grilligheid vastgelegd kan worden in vormen die zich tenminste aan hun eigen logica houden. En zo ontstaat het vierkant — een mentale ruimte, niet werkelijk hard of koud, maar ook niet vloeibaar — met afgeronde hoeken die toestaan dat wat buigzaam is zich toch laat vangen, al is het maar voor een moment, voor observatie, voor verwerking, voor een poging tot contact die niet steunt op gevoel maar op decodering.

Het is niet zo dat zij weigert te begrijpen, het is eerder dat zij begrijpt op een manier die van de ander vergt zich even niet te zijn wie die is, maar iets dat meetbaar is, herhaalbaar, liefst in stilstand, liefst in rust, en altijd binnen het vlak van het vierkant waarin betekenis pas betekenis wordt als het verschil tussen A en niet-A stabiel blijft. Zij luistert, maar niet naar toon; zij kijkt, maar niet naar blikken; zij registreert bewegingen als data en emoties als anomalieën totdat ze in vorm passen. En hoewel dit als afstand kan voelen voor wie zich beweegt in de modder van nuance, is het voor haar een benadering — geen ontwijken, geen muur, maar een poging tot grip op iets dat anders door haar vingers zou glijden als zand met te veel variabelen.

Want ergens, diep in haar eigen systeem, dat zich gedraagt als een algoritme dat weigert iets los te laten zonder interne consistentie, leeft de overtuiging dat waarheid niet iets is wat verschuift onder druk, maar iets dat blijft staan, zelfs als niemand kijkt. De ander, relatief en wervelend, is geen fout in het systeem, maar een entiteit waarvoor een interface nodig is: het vierkant dus, niet om te vangen, maar om te benaderen; een simulatie van standvastigheid waarin ontmoeting mogelijk wordt — niet spontaan, niet warm, maar werkelijk.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder