Hier.

De gedachte “als je hier bent ben je hier en als je daar bent ben je daar” lijkt op het eerste gezicht een futiele tautologie, een onschuldige kringloop van woorden die niets doet dan terugkeren naar zichzelf, maar wanneer je haar langzaam uit elkaar trekt als een sliert koud kauwgom die weigert los te laten, ontvouwt zich een beeld dat tegelijk helder en ontglippend is, een situatie waarin iemand – misschien jij, misschien een naamloos figuur dat slechts bestaat bij gratie van onze verbeelding – op een verlaten plein staat waar de ochtendmist net begint op te tillen, terwijl de tegels onder zijn voeten nog vochtig zijn van een nacht die meer vragen dan antwoorden achterliet, en waarin het besef indaalt dat elke plek waar een lichaam zich bevindt een dwingende waarheid uitspreekt, een waarheid die nooit gecompliceerd lijkt tot je haar probeert te negeren, want dan verandert ze in een spiegel zonder glas, een echo zonder bron, een voortdurend fluisteren dat zegt dat aanwezigheid onontkoombaar is.

Boterham.

De hemel hing zwaar en donker boven de stad. Het leek alsof de wolken zelf waren verscheurd door een onzichtbare kracht. Mensen holden door de straten, hun ogen vol paniek, hun handen leeg alsof niets nog houvast bood. Het einde van de wereld was niet gekomen door vuur of water, maar door twijfel. Een enkele gedachte, zacht uitgesproken maar dodelijk in haar gevolgen: wat als brood niet is wat we altijd hebben gedacht? Want stel je voor – en ik stel me dit niet alleen voor, ik weet het – dat de boterham niet zomaar voedsel is. Nee, de boterham is het eerste en laatste schild van de mensheid. Een eetbaar servet, bedacht door voorouders die verder dachten dan honger. Zij begrepen dat alles vies wordt, dat alles plakt, dat handen vol resten de orde ontwrichten. En dus ontwierpen zij de boterham, niet als maaltijd, maar als doek die je ook kon verorberen om sporen uit te wissen. Waar men dacht dat men at, daar poetste men in werkelijkheid het leven schoon. Maar een servet alleen is niet genoeg. Een servet moet kunnen dragen, moet iets bijeenhouden, moet trouw zijn aan datgene wat het bedekt. Daarom is er boter. Zacht, smeerbaar, ogenschijnlijk een luxeproduct. Maar ik zeg jullie: boter is de cement van de menselijke beschaving. Het is eetbare lijm, een bindmiddel tussen servet en last, tussen chaos en orde. Het houdt vast waar niets vast kan blijven, het plakt waar de wereld uiteenvalt. Wij denken boter te smeren voor de smaak – maar in waarheid lijmen wij de fundamenten van ons bestaan.

Doppen.

In een wereld die steeds meer waarde hecht aan duurzaamheid en ecologie, zou een zakje vol gebruikte plastic doppen op het eerste gezicht als triviaal of zelfs als afval kunnen worden beschouwd. Maar een filosofische blik op dit ogenschijnlijk onbeduidende voorwerp kan ons veel leren over de mensheid, onze interactie met de natuur en onze zoektocht naar betekenis.

Omhoog ↑

nl_NLNederlands