Soms, in de laatste minuten voor sluitingstijd, wanneer het TL-licht in de supermarkt net iets feller flikkert en het personeel met een passieve-agressieve glimlach de vloer begint te vegen alsof ze je subtiel willen uitwissen, ontstaat er iets wonderlijks. Niet groots, niet goddelijk—maar wel vreemd intiem. Je grijpt producten zonder na te denken, geleid door impuls, herinneringsflarden en een vaag gevoel van ‘iets nodig hebben’. En voor je het weet, loop je met een mandje vol objecten die je niet hebt gekozen, maar die jou misschien wel hebben gekozen.
Daar, tussen de drang om ‘nog snel iets te halen’ en de overgebleven rommel op halflege schappen, openbaart zich een soort supermarkt-zen. Een toestand waarin alles—elke banaan, elke tube tandpasta—een verhaal in zich draagt. En misschien zelfs… iets voelt.
Mijn mandje, samengesteld in een roes van haast, bevatte onder andere:
- een pak halfvolle melk, licht bezweet, alsof het nerveus was over mijn koelkastbeleid
- een blik tonijn dat straalde van stille superioriteit, zich bewust van zijn lange houdbaarheid en omega-3-content
- een courgette die er verdacht existentiëel uitzag, alsof hij zijn rol als vleesvervanger in twijfel trok
- een tube tandpasta die krom lag in het mandje, als een vermoeide zendeling van frisheid
- een zak paprika chips, opgeblazen en zelfverzekerd, klaar om in een avond van zwakte te verdwijnen
- en drie bananen waarvan er één eruitzag alsof hij al dingen had meegemaakt die jij niet zou begrijpen
Samen lagen ze daar, als een rommelige verzameling van materie met bijbehorende stemmingen. Het leek willekeurig, maar voelde geladen. Elk product, een klein bewustzijn, een fluistering in de kosmos van de consumptiemaatschappij. Ik vroeg me af: had ik dit mandje gevuld, of had het zich op een dieper niveau aan mij geopenbaard? Was ik subject of object, koper of medium?
Sommige mensen noemen het haast. Ik noem het boodschappenintuïtie met een vleugje kosmisch drama.
En jij? Kies jij je crackers, of kiezen je crackers jou?


Geef een reactie