Er bestaat een merkwaardige vorm van waarnemen die zelden serieus wordt genomen: het vluchtig meekijken over iemands schouder. Niet als daad, maar als moment van onverwachte inkijk in de ruwe binnenwereld van een ander. In een trein, koffiebar of wachtruimte verschijnt soms op een scherm geen publieke façade, maar iets veel brozer: halve zoekopdrachten, losse notities, twijfels, herinneringen. Geen afgewerkt zelfbeeld, maar denken in aanbouw. Juist daarin schuilt de fascinatie. Tussen het licht van het scherm, de houding van de ander en de kleine beweging van haar haar ontstaat een bijna filmisch tafereel. Je kijkt niet naar een profiel, maar naar abstracte werkelijkheid in haar meest onafgewerkte vorm. De zoekbalk wordt even een spiegel van de ziel. De kracht van dat moment zit in zijn vluchtigheid. Het duurt maar kort, moet ook kort blijven, en ontleent daaraan zijn spanning. Even zie je iets ongepland, breekbaar en echt – en dan verdwijnt het weer.
Selfie.
Veel mensen maken selfies die standaard in spiegelbeeld worden weergegeven. Dit komt doordat de meeste smartphonecamera's, wanneer ze in de selfie-modus staan, de voorste camera gebruiken om het beeld weer te geven zoals je het zou zien in een spiegel. We zijn immers gewend om onszelf op die manier te bekijken: in spiegels. Maar hier schuilt een interessant optisch fenomeen. Stel je maakt een selfie en je ziet jezelf in spiegelbeeld. Vervolgens keer je die foto nog eens om, zodat je jezelf weer "normaal" ziet. Je zou kunnen denken dat dit simpelweg teruggaat naar hoe het origineel zou moeten zijn, maar dit is niet helemaal correct. Een spiegelbeeld verandert meer dan je misschien in eerste instantie denkt.
Oranje.
In het pulserende ritme van het dagelijkse leven vinden we een moment dat een poort opent naar oneindige mogelijkheden: het oranje licht van het stoplicht, een luminale ruimte die een overgang markeert tussen het rode en het groene universum.
