KANT II – HET WIEL (HET MIDDEN)
Van dichterbij is het wiel geen onderdeel meer. Het is een lichaam. Beschadigd, maar niet dramatisch. Geen explosie. Geen vuur. Alleen een breuk die ooit geluid maakte en nu zwijgt.
De velg draagt krassen die niets uitleggen. Geen verhaal, alleen gevolg. De motregen verzamelt zich in kleine plassen in het metaal, trillend bij elke druppel.
Je ziet sporen van beweging. Modder aan één kant, schoner rubber aan de andere. Het wiel heeft gerold. Dat staat vast. Maar het waarom is al verdampt.
De club blijft op de achtergrond, onscherp. Alsof hij weigert betrokken te zijn. Alsof hij zegt: ik was open, nu ben ik dicht, de rest is niet van mij.
Het midden van het wiel is leeg. Een gat waar iets hoorde te zijn. Dat gat trekt aandacht zonder iets te geven.
Dit middenstuk is traag. De regen maakt alles stroperig. Tijd voelt dik. Het wiel is niet oud, maar het is wel oud geworden in één nacht.
Als je lang genoeg kijkt, lijkt het bijna alsof het wiel zich heeft losgemaakt uit vrije wil. Alsof het ergens genoeg van had. Maar film noir vergeeft dat soort romantiek niet. Dingen raken los. Punt.
Dit is het midden omdat hier de confrontatie zit. Met wat niet meer functioneert, maar nog wel bestaat.





Leave a Reply