KANT II – HET WIEL (HET MIDDEN) Van dichterbij is het wiel geen onderdeel meer. Het is een lichaam. Beschadigd, maar niet dramatisch. Geen explosie. Geen vuur. Alleen een breuk die ooit geluid maakte en nu zwijgt. De velg draagt krassen die niets uitleggen. Geen verhaal, alleen gevolg. De motregen verzamelt zich in kleine plassen in het metaal, trillend bij elke druppel. Je ziet sporen van beweging. Modder aan één kant, schoner rubber aan de andere. Het wiel heeft gerold. Dat staat vast. Maar het waarom is al verdampt. De club blijft op de achtergrond, onscherp. Alsof hij weigert betrokken te zijn. Alsof hij zegt: ik was open, nu ben ik dicht, de rest is niet van mij.
