Raakvlak.

De rechte lijn en de cirkel ontmoetten elkaar iedere avond op hetzelfde punt. Meer bezaten zij niet gezamenlijk. De lijn kwam van ver en ging daarna even ver door; de cirkel keerde steeds terug langs zijn eigen omtrek. Op de tekening leek hun contact overtuigend genoeg. Een dun zwart punt markeerde de plaats waar geen afstand meer tussen hen bestond. Toch kon er niemand zitten. Een ideaal punt had geen breedte, geen lengte en geen oppervlak waarop een kopje kon staan. Wie er een stoel neerzette, nam onmiddellijk meer ruimte in dan de ontmoeting volgens haar voorwaarden mocht bezitten. De lijn stelde voor iets langer te blijven. Dat hielp weinig, want tijd voegde geen vloer toe. De cirkel probeerde langzamer rond te gaan en merkte dat ook stilstand de raakplaats niet vergrootte. Zij waren elkaar volmaakt nabij op een plek die voor alles wat leefde onbewoonbaar bleef. Dat was een keurige toestand, geschikt voor een leerboek. Voor de avond hadden ze zich iets anders voorgesteld, al konden ze allebei moeilijk aangeven op grond van welke bevoegdheid.

Er werd een klein tafeltje gebracht. De poten stonden aan weerszijden van het punt, twee in de omgeving van de lijn en twee in het gebied dat de cirkel graag voor zichzelf hield. Meteen ontstond verschil van mening over wat gedeeld werd. De lijn noemde het een tijdelijke overschrijding, de cirkel een aantasting van de ronding. Ze hadden allebei gelijk binnen de grenzen waarmee zij hun bestaan waren begonnen. Intussen stond het tafeltje scheef en werd de thee koud. De vrouw die het had neergezet haalde een gevouwen papiertje uit haar zak en schoof dat onder de kortste poot. Zij kende de precieze toestand van de ruimte niet, maar zag voldoende om het wiebelen te verhelpen. De lijn vroeg waar het papiertje zich bevond: binnen of buiten. De cirkel wilde weten of het nog bij het contact hoorde. De vrouw wees naar de tafel, die nu stil stond. Er waren vragen die met meer nauwkeurigheid alleen maar minder bruikbaar werden. Het ene ideale raakpunt bestond nog steeds, maar alles wat daaromheen nodig was om er iets aan te hebben nam nu eenmaal plaats in.

Ten slotte gaven lijn en cirkel hun dunheid een beetje op. De lijn werd een smalle strook stof, de cirkel een ring van buigzaam hout. Daarmee verdwenen hun oorspronkelijke eigenschappen niet uit de herinnering, maar wel uit de manier waarop zij elkaar konden behandelen. De stof lag even tegen het hout aan. Het contact had randen, vezels, oneffenheden; op sommige plaatsen raakten ze elkaar niet en op andere juist meer dan gepland. Geen meetkundige zou dit nog verwarren met de zuivere figuren waarmee de avond was begonnen. Toch kon het tafeltje ernaast blijven staan zonder een voortdurende verklaring te vereisen. De vrouw schonk nieuwe thee in. Er zat een schilfertje hout op het schoteltje, dat ze met haar vinger wegveegde. De ring kraakte zacht toen de stof wat strakker werd getrokken. Dat geluid stond nergens in het oorspronkelijke model. Ook de vlek die het kopje op tafel achterliet behoorde niet tot de definitie van raken. Tegen het einde van de avond was er een hele verzameling van zulke onnauwkeurigheden ontstaan. Het oorspronkelijke punt bleef leeg. Iedereen zat er vlak naast, waar eindelijk voldoende ruimte was.

Geef een antwoord

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder