Bij thuiskomst doet zij haar oorbel uit, maar de vrouw in de spiegel is daar nog niet aan toe. Die staat nog met haar jas over de arm naar zichzelf te kijken, met de uitdrukking die zij drie seconden geleden had en inmiddels alweer was kwijtgeraakt. Pas wanneer de oorbel op het kastje ligt, begint achter het glas een hand omhoog te bewegen.
De eerste gedachte is vermoeidheid. Dat is een handige verklaring omdat zij uitsluitend degene beschuldigt die iets opmerkt. Toch blijft het verschil bestaan wanneer zij haar schouders recht en knippert. De ander knippert later. Niet uitdagend, eerder zorgvuldig, alsof zij alle gebeurtenissen eerst wil begrijpen voordat zij bereid is eraan mee te doen.
Een vertraging van drie seconden lijkt weinig totdat je tegenover iemand staat die jou is. Er past een volledige aarzeling in. Een glimlach die je alweer hebt ingetrokken, krijgt aan de andere kant nog even gelegenheid om geloofwaardig te worden. Een blik die nergens voor bedoeld was, blijkt achteraf veel te zeggen.
Normaal gesproken eisen wij van spiegels een haast onfatsoenlijke onmiddellijkheid. Iedere beweging moet zonder overleg worden teruggestuurd. Het beeld mag geen bedenktijd nemen, geen adem vinden, geen ogenblik achterblijven bij het tempo waarmee wij ons door onze verschijning heen werken. Wie heeft eigenlijk bepaald dat herkenning geen tijd mag kosten?
Zij draait zich half om. Achter het glas kijkt de ander haar nog aan. In dat korte verschil ontstaat iets wat zij tijdens de hele avond heeft gemist: de indruk dat iemand blijft luisteren wanneer zij zelf al denkt dat haar beurt voorbij is. Het is technisch gezien een achterstand, maar het voelt als aandacht.
Natuurlijk zijn er praktische bezwaren. Lippenstift bijwerken wordt een gesprek met een vorige versie van je mond. Een scheve kraag kan inmiddels recht zitten terwijl het beeld nog reden tot ingrijpen geeft. Wie zich daardoor laat opjagen, gaat fouten herstellen die niet meer bestaan. Dat gebeurt buiten de badkamer trouwens ook voortdurend.
Voorlopig besluit zij niets te repareren. Een monteur zou de vertraging verhelpen en daarmee precies verwijderen wat het apparaat voor het eerst aangenaam maakt. Bovendien moet je zo iemand uitleggen dat de spiegel goed reflecteert maar emotioneel iets meer verwerkingstijd nodig heeft. Daar bestaat vast een toeslag voor.
Ze legt ook de tweede oorbel neer. De vrouw tegenover haar draagt hem nog. Heel even is er iemand in huis die nog niet helemaal van het feest is teruggekeerd, iemand voor wie de muziek dichterbij ligt en de laatste woorden minder lang geleden zijn gezegd. Zij gunt haar die afstand.
Dan doet zij het licht bijna uit. Haar vinger rust al op de schakelaar wanneer zij beseft dat het achter het glas abrupt donker zou worden voor iemand die nog bezig is thuis te komen. Ze wacht. Drie seconden maar. Lang genoeg om de ander haar hand te zien laten zakken, de schouders te zien ontspannen, en samen nog even in dezelfde kamer te staan voordat niemand meer hoeft te kijken of zij er nog is.


Geef een antwoord