Naloop.

Ze legde haar oorbel op het kastje. In de spiegel droeg ze hem nog. Pas drie seconden later kwam daar een hand omhoog. Ze knipperde. De ander volgde, zorgvuldig, alsof iedere beweging eerst begrepen moest worden. Lippenstift bijwerken bleek onmogelijk: ze bleef fouten herstellen die inmiddels verdwenen waren. Ze legde ook de tweede oorbel neer. Achter het glas was iemand nog niet helemaal terug van het feest. De muziek lag er dichterbij, de laatste woorden waren minder lang geleden gezegd. Bij de lichtschakelaar hield ze haar hand stil. Ze wachtte tot de ander haar schouders liet zakken. Drie seconden maar. Waarom had ze altijd gevonden dat herkenning onmiddellijk moest gebeuren?

Omhoog ↑

nl_NLNederlands