De Regen.

De regen striemt neer met de wreedheid van een wereld die zijn tanden in mijn dromen heeft gezet. Mijn vingers beven als ik het luciferdoosje open, de kartonnen doos nat en zacht als oud verdriet. Het vuur wil niet meewerken, het verzet zich, alsof het begrijpt dat elke vlam een stukje van mijn ziel opslokt.

Ik schraap de lucifer langs het doosje, maar hij breekt als een belofte die nooit uitkwam. Nog een poging. De regen lacht me uit, terwijl ik wanhopig blijf proberen. Iedere vonk die oplicht en meteen dooft is een ode aan mijn volharding, een macabere dans van licht en water. Het genot ligt niet in het gemak, maar in het gevecht – het gevecht tegen de elementen, tegen mijn eigen verlangen dat me als een hond opjaagt.

Wanneer eindelijk een vlam blijft hangen, voel ik iets heiligs. Het is geen overwinning, maar een tijdelijke wapenstilstand met het universum. De vlam siddert als een stervende kaars, en ik houd mijn hand eromheen als een moeder die haar kind beschermt tegen de kou. De rook zuigt zich langzaam omhoog in de lucht, dik en zwaar van betekenis. Ik trek het binnen met de intensiteit van iemand die zichzelf probeert te redden van de ondergang.

De wind speelt met de sigaret, rukt aan het papier, bijt in de gloeiende tip. Maar ik zuig nog dieper, alsof ik iets van betekenis kan stelen uit dit moment van verstikkende schoonheid. Elke trek is een overwinning, niet op de regen of de wind, maar op de zinloosheid van alles. Het vuur is niet zomaar een hulpmiddel – het is een ritueel van zelfkastijding en triomf, van overleven tegen beter weten in.

De regen wordt zwaarder, de wind giert door de straten als een woedende koorengel. Mijn lucifers zijn op, maar de sigaret brandt nog, heldhaftig als een ster in een pikzwarte hemel. Het genot zit niet in het roken zelf – dat is slechts de vrucht van het werk. Het genot zit in het aansteken, in het oneindige geduld, in het weer en wind trotseren alsof de wereld me wil breken en ik toch blijf staan.

En als de sigaret eindelijk brandt, als de rook mijn lippen kust, weet ik dat ik voor even de meester ben geweest van het kleinste vuurtje in de grootste storm. Dat is alles wat telt. Een rookwolk als een zegepraal in de regen.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder