Breekbaarheid.

Nou, daar sta je dan, met je ziel onder de arm en de geur van versgebakken eiersalade in de lucht terwijl je beseft dat de breekbaarheid van het leven zich niet alleen toont in de grote momenten van ziekte en dood of in de hartverscheurende taferelen van menselijke tragedie die zich aan je opdringen wanneer je je schermpje weer eens doomscrollend doorklikt, maar juist in die banale momenten waarin je niet anders kunt dan wachten in de rij bij de kassa van het tankstation, je gedachten als een zwerm spreeuwen die nerveus fladderen langs de rafelranden van je bewustzijn, omdat je maar een halve tank wilde vullen omdat de benzineprijzen weer eens belachelijk hoog zijn en je er op de een of andere manier vrede mee hebt dat je niet alles kunt beheersen behalve dan de onbedwingbare trek in een broodje ei dat je ineens had, zomaar, alsof je onderbewustzijn je een signaal gaf om even stil te staan bij het feit dat je lichaam en je geest samen een breekbaar fort vormen dat zich aanpast aan de grillen van evolutie, zoals organismen ooit de stap zetten van water naar land, van vinnen naar poten, van ongewerveld naar wervel, van celklomp naar bewustzijn, waarbij iedere overgang gepaard ging met breekpunten en kwetsbaarheden en een ongemakkelijke wankelheid die we nog steeds in ons meedragen, want zelfs in een tankstation, omringd door glanzende schappen vol snoepgoed en energiedrankjes die een karikatuur zijn van de oerdriften die onze voorouders ooit op de savanne tot overleving dwongen, sta je oog in oog met de fragiliteit van je bestaan dat net zo makkelijk uit elkaar kan vallen als een slecht gesloten sandwichdoosje dat een onsmakelijke catastrofe veroorzaakt in je tas, een kwetsbaarheid die wordt weerspiegeld in de vermoeidheid van de caissière die je afrekent, haar monotone ‘goede dag’ een echo van de evolutionaire aanpassing van de mens tot sociale wezens die betekenis geven aan de meest triviale momenten, zoals het kopen van een broodje ei terwijl de geur van benzine zich vermengt met de geur van gebakken brood en de realisatie dat zelfs de meest alledaagse handeling deel uitmaakt van een continuüm van evolutie en verval, dat jouw verlangen naar een simpele maaltijd in wezen niets meer is dan een echo van het eeuwige zoeken naar voeding en voldoening dat ons verbindt met de amoeben in de oersoep, de reptielen die zich schuilhielden in de schaduwen van prehistorische bossen en de slimme apen die ooit het vuur leerden beheersen, dat elke hap in dat broodje ei, met zijn kruimels en zijn zachte vulling, een microkosmos vormt van de menselijke geschiedenis, de biochemische dans van leven en dood, de spanning tussen breekbaarheid en aanpassing die ons allemaal in zijn greep houdt, zelfs in een zielloze wachtrij waar de enige melodie het gepiep van de scanner is die je aankopen registreert, een symfonie van consumptie die je eraan herinnert dat je lichaam, jouw breekbare lichaam, zich nog altijd moet voeden en aanpassen aan de omstandigheden, of dat nu in de ijzige ochtendlucht bij het tankstation is of in het eindeloze universum dat ons bestaan omgeeft als een koud en onverschillig pantser waarbinnen jouw kleine zoektocht naar een broodje ei zich afspeelt als een intiem en toch episch verhaal van voortschrijdende evolutie.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder