Nou, daar sta je dan, met je ziel onder de arm en de geur van versgebakken eiersalade in de lucht terwijl je beseft dat de breekbaarheid van het leven zich niet alleen toont in de grote momenten van ziekte en dood of in de hartverscheurende taferelen van menselijke tragedie die zich aan je opdringen wanneer je je schermpje weer eens doomscrollend doorklikt, maar juist in die banale momenten waarin je niet anders kunt dan wachten in de rij bij de kassa van het tankstation, je gedachten als een zwerm spreeuwen die nerveus fladderen langs de rafelranden van je bewustzijn, omdat je maar een halve tank wilde vullen omdat de benzineprijzen weer eens belachelijk hoog zijn en je er op de een of andere manier vrede mee hebt dat je niet alles kunt beheersen behalve dan de onbedwingbare trek in een broodje ei dat je ineens had, zomaar, alsof je onderbewustzijn je een signaal gaf om even stil te staan bij het feit dat je lichaam en je geest samen een breekbaar fort vormen dat zich aanpast aan de grillen van evolutie, zoals organismen ooit de stap zetten van water naar land, van vinnen naar poten, van ongewerveld naar wervel, van celklomp naar bewustzijn, waarbij iedere overgang gepaard ging met breekpunten en kwetsbaarheden en een ongemakkelijke wankelheid die we nog steeds in ons meedragen, want zelfs in een tankstation, omringd door glanzende schappen vol snoepgoed en energiedrankjes die een karikatuur zijn van de oerdriften die onze voorouders ooit op de savanne tot overleving dwongen, sta je oog in oog met de fragiliteit van je bestaan..
