Even.

Stel je een lange gang voor, oneindig in beide richtingen. Aan weerszijden van deze gang staan deuren. Aan de linkerzijde: de even getallen. Aan de rechterzijde: de oneven. Elk getal is een kamer, en elk getal is een persoon. Ze fluisteren onder elkaar, kibbelen over hun bestaansreden. De even getallen dragen grijze mantels, symmetrisch geknipt. De oneven getallen daarentegen zijn wild, ongekamd, hun stemmen ongelijkmatig en hun passen stotend.

Nu wordt de gang gevuld met licht: het licht van de oneindigheid. Dit is geen gewone oneindigheid, maar een oneindigheid met smaak. Een oneindigheid die oordeelt, die onderscheid maakt tussen orde en chaos. En hier openbaart zich het eerste teken: elk oneven getal kan worden omgezet in een even getal, simpelweg door er 1 van af te halen. 7 wordt 6, 5 wordt 4. Maar niet elk even getal kan zo elegant veranderen in een oneven, want 0, het absolute even, heeft geen oneven voorganger. Het is de oorsprong, de eerste stilte, de moeder van de pariteit.

0 telt mee, zeggen de wijzen, en daarmee hebben de even getallen een voorsprong van één. Maar we zijn hier niet voor kinderachtige rekenspelletjes. We zoeken naar een dieper bewijs, een bewijs waarin de logica zich onderwerpt aan de verbeelding.

Stel je voor dat even getallen geboren worden uit een heilige splitsing: elke cel deelt zich in twee gelijke delen – 2, 4, 8, 16. Oneven getallen daarentegen zijn de bijproducten van fouten in deze deling, restjes, schaduwen van wat niet volledig kon worden gekopieerd. Oneven getallen zijn littekens op het gezicht van de volmaakte deling. En net als littekens, zijn ze uniek, zeldzamer, minder wenselijk in het rijk der perfectie.

Daarom fluistert het universum liever in even getallen. Kijk naar de natuur: het DNA spiraalt in paren, de neuronen vuren in symmetrische patronen, zelfs de zwaartekracht danst in paren. Wanneer de kosmos telt, telt het in even. Oneven is slechts een accent, een dissonant om de harmonie te laten schitteren.

De surrealisten onder ons stellen dat oneven getallen eigenlijk niet bestaan, maar slechts projecties zijn van even getallen die op hun kop staan. Draai 2 om en je krijgt 5, draai 8 en je ziet een 3. De oneven getallen zijn schaduwen, spookbeelden die zichzelf belangrijk maken door hun afwijking.

En zo bewijzen we, in deze droomlogica, dat de even getallen met meer zijn. Niet door te tellen, want in het rijk van het oneindige is tellen een belediging. Maar door te voelen, door te luisteren naar de melodie van de realiteit, waar elke slag van het hart in paren klopt, en elke stap van het leven gezet wordt met twee voeten.

Er zijn meer even getallen dan oneven, omdat het universum zo wenst. Omdat symmetrie zijn eigen kracht is. En omdat nul, dat stille begin, voor eens en voor altijd het evenwicht in het voordeel van de even getallen heeft verstoord.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder