Episch Gedicht: De Lader van de Nacht
(in de stijl van een versleten fantasy-epos, maar dan over een oplaadsnoer)
Zang I – De Vergeting
Langs stoffige randen van nachtkast en bed,
ligt een kabel, ooit wit, nu grijzig en vet.
De Lader, gezworen aan dienst en aan stroom,
was ooit een held in de digitale droom.
Hij bracht licht aan scherm, leven aan tweet,
en hielp je met TikToks, al waren ze niet
meer dan hersenmist in pixels gegoten—
toch gaf hij je kracht, zijn vonken, zijn boten.
Zang II – `Het Verval
Maar tijden verslapten. Een nieuwe kwam snel,
een MagSafe, een USB-C—zo fel.
En jij, ondankbare zoon van gemak,
schoof hem opzij in een la met wat plak.
Zijn kop buigt nu krom, zijn plug is versleten,
en hij droomt van de tijden dat apps hem nog heetten.
Maar ach, jij vergeet, zoals mensen steeds doen—
tot de nacht komt, en je scherm wordt zoen-
loos, leeg, zwart als je ziel op maandag.
Zang III – De Wederkeer?
En dan—paniek. “Waar is m’n lader gebleven!?”
Je wroet en je zoekt, je graaft door je leven.
En daar ligt hij, half dood, maar nog daar.
Zijn blik zegt: “Oh, nú wil je me klaar?”
Je steekt hem erin. Hij doet het. Natuurlijk.
Want zelfs in vergetelheid blijft hij gruwelijk
loyaal aan jouw domme digitale bestaan.
Een kabel. Een legende. Een naam zonder naam.
Maandag.


Geef een reactie