Draagkracht.

De tafel beweegt telkens wanneer iemand een mening neerlegt. Een elleboog is voldoende, soms zelfs het voorzichtige gewicht van een vraag, en onmiddellijk trekt er een kleine golf door de koffie, alsof de werkelijkheid bezwaar maakt tegen het gesprek dat op haar wordt gevoerd. De ober knielt. Hij heeft een kassabon bij zich.

Tot dat moment was het papiertje uitsluitend een verslag van verdwenen geld. Twee koffie, een tosti, iets waarvoor niemand zich verantwoordelijk voelde. Het droeg getallen die hun werk al hadden gedaan en daarom alleen nog bewaard werden voor een administratie waarin het verleden alsnog overzichtelijk moest worden. Nu wordt het dubbelgevouwen. Daarna nog eens. Voor het eerst ontstaat er hoogte.

Onder de kortste tafelpoot geschoven krijgt de bon een functie waarvoor geen van zijn bedragen toereikend was. Het papier houdt iets overeind. Daadwerkelijk: hout, porselein, melk, de hand van een vrouw die zojuist heeft besloten nog even te blijven.

Hier begint de economie zich ongemakkelijk te gedragen. De oorspronkelijke rekening is betaald, het verschuldigde bedrag is afgehandeld, en toch levert het bewijsstuk nu meer op dan de consumpties waarop het betrekking had. De koffie verdwijnt. De tosti wordt vergeten. De bon voorkomt dat een onbekende zijn cappuccino over een sollicitatiebrief uitstort en daardoor afziet van een baan waarin hij later iemand zou ontmoeten.

Men kan de gevolgen nauwelijks begrenzen. Een tafel die blijft staan, maakt een gesprek mogelijk; een gesprek maakt een afspraak mogelijk; een afspraak houdt een straat, een kantoor, een huwelijk voorlopig in bedrijf. Wie deze keten terugvolgt, belandt vanzelf op de vloer, waar onder een houten poot een onleesbaar bedrag tegen de tegels wordt gedrukt.

Er zou toezicht moeten komen, vindt iemand. Een keurmerk voor dragende bonnetjes, een inspecteur die met een zaklamp controleert of de korting wel correct naar binnen is gevouwen. Maar zodra men het papier verwijdert om zijn betrouwbaarheid vast te stellen, begint alles opnieuw te schommelen. Controle blijkt hier een vorm van ontwrichting. De inspecteur kan beter iets bestellen.

Intussen trekt vocht vanuit de vloer in de onderste laag. Langzaam worden de vezels zachter. Boven schuift een suikerpot naar het midden, onder vervaagt het woord totaal. Niemand ziet hoe de hele middag inmiddels rust op de prijs van een extra plak kaas, laat staan hoe weinig weerstand die kaas nog kan bieden aan het naderende einde.

Ik zou iets moeten zeggen, maar de vrouw tegenover mij is eindelijk begonnen aan het verhaal waarvoor zij hierheen kwam. Haar vingers liggen stil naast het kopje. De ober haalt ergens een emmer tevoorschijn. Het gesprek is broos, de tafel houdt zich uitstekend en het papiertje draagt, zonder belangstelling voor erkenning, alles wat wij vandaag nog proberen te worden. Misschien is dat voorlopig voldoende om een beschaving op te laten rusten. Niet op vertrouwen in de toekomst, maar op drie vouwen en een vergeelde herinnering aan de lunch. Ik steek mijn hand op, zo rustig mogelijk, want iedere abrupte beweging kan nu betekenis krijgen, en vraag of men de vloer voorlopig niet wil dweilen.

Leave a Reply

Proudly powered by WordPress

Up ↑

en_USEnglish