Binnenregen.

Buiten is het inmiddels droog, maar in de gang houdt de middag voorlopig vast aan zijn oorspronkelijke standpunt. De paraplu staat naast de schoenen en druppelt met de regelmaat van iemand die niet is uitgesproken. Wij noemen dat drogen, omdat we nu eenmaal graag een gunstige afloop verwerken in de naam van een probleem.

In werkelijkheid heeft de paraplu een gedeelte van het weer meegenomen. Op straat was daarvoor geen ruimte meer. De wolken wilden verder, een strook zon drong zich tussen de huizen, en ergens moest die overgebleven regen blijven. Nu staat hij bij ons binnen, samengevouwen tot acht zwarte banen en een handvat.

De eerste gevolgen zijn bescheiden. Een schoen krijgt een glanzende neus. De onderste zoom van een jas wordt opnieuw vochtig. Onder de brievenbus ontstaat een luchtstroming die volgens de huisgenoot tocht heet, maar die bij nadere beschouwing alle kenmerken bezit van een zelfstandig weerfront met belangstelling voor de trap.

Je kunt de gang niet langer achteloos oversteken. Wie naar het toilet gaat, moet rekening houden met plaatselijke neerslag. Bezoek wordt verzocht zich bij aankomst nog niet aan de weersverwachting vast te klampen. Die geldt buiten. Hier is de situatie kleinschaliger, persoonlijker en aanzienlijk minder bereid tot verbetering.

Natuurlijk wil iemand de paraplu uitschudden. Daarmee verspreid je een geconcentreerde bui over het volledige woonoppervlak. Voor je het weet trekt een depressie langs de kapstok naar de keuken en sta je boterhammen te smeren onder omstandigheden waarvoor je normaal gesproken een weekend aan zee annuleert.

Ook uitzetten bij de voordeur biedt geen oplossing. Buiten heeft men de regen al verwerkt. De stoep droogt, de fietsen glanzen na, mensen doen hun capuchons af met die licht verwijtende opluchting waarmee zij altijd aangeven dat slecht weer iets is wat hun persoonlijk is aangedaan. Een teruggebrachte bui zou daar de middag opnieuw ter discussie stellen.

Dus laten wij hem staan. Er vormt zich boven de paraplubak een kleine grijze bewolking, zo groot als een bezwaar. Ze hangt laag genoeg om bij het aantrekken van je jas even doorheen te moeten. Daarna ruikt je haar naar een straat waar je vandaag niet meer naartoe wilde.

Het wonderlijke is dat ik eraan gehecht raak. Terwijl in de woonkamer de zon op het kleed valt en iedereen alweer plannen maakt, bewaart de gang nog iets van het uur waarin thuiskomen voldoende was. De sleutel draaide, de deur ging open, en even hoefde er niets anders dan binnen zijn.

Misschien heeft het weer evenveel moeite met vertrekken als wij met aankomen. Misschien druppelt die paraplu niet na, maar neemt hij afscheid in hoeveelheden die de tegels kunnen verdragen. Ik schuif mijn droge schoenen iets opzij en loop voorzichtig om de plas heen. Buiten roept iemand dat het eindelijk opklaart. Ik knik door het glas, zonder de deur te openen. Hier zijn we nog niet zover. Naast de kapstok valt opnieuw een druppel, op dezelfde plaats als de vorige, alsof een hele middag nog eenmaal wil controleren of wij hebben begrepen dat hij er was.

Geef een antwoord

Omhoog ↑

nl_NLNederlands