Binnenregen.

Buiten klaarde het op, maar onze paraplu had de middag mee naar binnen genomen. Naast de schoenen bleef hij druppelen. Boven de bak hing een grijze wolk, precies laag genoeg om bij het aantrekken van een jas doorheen te moeten. Mijn huisgenoot wilde hem uitschudden. Ik zag de bui al door de keuken trekken. Dus lieten we hem staan. In de woonkamer maakten mensen plannen in de zon. De gang bewaarde nog het uur waarin thuiskomen voldoende was geweest. Ik schoof mijn droge schoenen opzij. Buiten riep iemand dat het eindelijk beter werd. Ik knikte door het glas en hield de deur dicht. Kon een middag ook wat langer nodig hebben om te vertrekken?

Omhoog ↑

nl_NLNederlands