Toen Ada haar nieuwe pasfoto ging ophalen, wees de fotograaf op een oneffenheid aan de linkerkant van haar hals. Hij kon die desgewenst wegwerken. Ada keek goed en herkende een plooi die daar de week ervoor nog niet had gezeten. Onder haar blouse liep hij door tot op de schouder, vertakte zich en eindigde in een afgeronde richel. De fotograaf zei dat het licht soms vreemde dingen deed. Thuis trok ze haar blouse uit en zag dat het licht deze keer weinig verantwoordelijkheid droeg. Over beide schouders lagen lage, donkere ribbels, met daartussen de vertrouwde huid. Ze waren niet heet en deden geen pijn. Als ze haar arm optilde, bewogen ze gewoon mee. Ze maakte een foto voor haar dochter, maar verwijderde die voordat ze hem verstuurde. Die zou meteen bellen en Ada had nog aardappelen opstaan.
Een paar dagen later zag ze in een boek een gestolde lavastroom met een oppervlak van dikke, gedraaide plooien. De overeenkomst was zo duidelijk dat ze het boek open naast de spiegel legde. Dit was geen bewijs dat haar schouders van basalt werden. Het was een vormverwantschap: materiaal dat had bewogen en waarvan de beweging daarna leesbaar bleef. Alleen wist Ada niet wat er over haar schouders had gestroomd. Ze dacht aan boodschappentassen, aan kinderen die lang geleden op haar nek hadden gezeten en aan de keren dat ze had willen ophalen maar haar schouders op hun plaats had gehouden. Vooral dat laatste leek sporen achter te laten. Iedere keer dat ze voortaan dacht dat zal dan wel, zonder het te zeggen of zichtbaar te maken, kwam er tegen de avond een kleine richel bij. Een week familiebezoek leverde een heel nieuw dal op.
Haar dochter reageerde rustiger dan verwacht. Ze vroeg of de plooien in de weg zaten en of Ada misschien een andere kraag wilde. Samen bekeken ze het oppervlak onder een bureaulamp. Een smalle richel liep van een bijna vergeten verjaardag naar de opmerking van de buurman dat ze haar tuin minder wild moest laten worden. Ada kon niet verklaren hoe ze dat wist. De kaart had geen legenda, maar wel een hardnekkige precisie. Haar dochter wilde de schouders eerst fotograferen en vervolgens iedere plooi een naam geven. Ada hield daar na drie namen mee op. Niet alles wat zich had afgezet, hoefde opnieuw een gesprek te worden. Ze koos een blouse met een wijde hals en ging naar buiten. De buurman vroeg of er iets mis was met haar huid. Ze zei dat ze liever over zijn hortensia’s praatte. Voor het eerst in dagen bleef haar schouderoppervlak die avond hetzelfde.
In de herfst gebruikte ze een van de nieuwe richels om de band van haar tas op zijn plaats te houden. Dat was niet de bedoeling van het verschijnsel, voor zover het al een bedoeling had, maar wel praktisch. De vormen verdwenen niet zodra ze vaker nee zei; het lichaam ruimde zijn geschiedenis niet zo beleefd op. Er groeide alleen minder bij. Soms streek ze met een hand over haar andere schouder en voelde de zachte rand van iets wat inmiddels was uitgewerkt. De fotograaf belde nog één keer om te vragen of ze de aangepaste pasfoto wilde bestellen. Ada koos de oorspronkelijke. Op de foto was nauwelijks iets van het landschap te zien, alleen een kraag die een beetje omhoogstond. Het beviel haar dat een hele reeks ingehouden reacties officieel kon voortleven als een kleine onregelmatigheid in de kleding.


Geef een antwoord