Er zijn van die momenten die zo banaal zijn dat ze bijna gênant aanvoelen om te beschrijven. Je staat in het middengangpad van een rijdende trein. Niet zittend, niet lezend, niet in gesprek. Gewoon… staand. Alsof je vergeten bent dat je een mens bent met spieren die moe worden en een brein dat aandacht nodig heeft. Je staat daar als een moreel neutrale banaan, precies tussen de stoelen, precies tussen de ramen, en—hier komt het belachelijke—je probeert tegelijkertijd naar buiten te kijken door het linker en het rechter raam.
Het is een houding die voelt alsof je je leven even op pauze hebt gezet zonder een goede reden. De rest van de trein is gevuld met mensheid: scrollend, snuivend, slapend, zuchtend. Je negeert ze allemaal, alsof ze ruis zijn. En daar sta je dan, op een plek die niet bedoeld is om te blijven staan, starend naar twee werelden die aan je voorbij razen in tegenovergestelde richtingen.
De eerste gedachte is onverbiddelijk: wat doe ik hier eigenlijk? Dit is suf. Niet tragisch, niet nobel, gewoon suf. Je doet niets actiefs, niets zinvols. Er is geen focus, geen doel, geen romantiek. Zelfs de conducteurs kijken je soms aan met een blik van “Ga ergens zitten, vriend.”
Maar terwijl je daar staat, gevangen tussen de rails en de ramen, begint iets te gebeuren. De hersenen, zo gewend aan focus en doelmatigheid, raken in de war. De linkerwereld beweegt naar achteren. De rechterwereld beweegt naar voren. Je blik schiet van het ene raam naar het andere. Tijd, ruimte en richting verliezen hun vanzelfsprekendheid. Het is alsof je bewustzijn in een centrifuge is beland.
En plots besef je: dit is geen dom moment. Dit is een vorm van mentale yoga. Je hebt jezelf onbedoeld in een toestand gebracht die zowel verwarrend als verlichtend is. Door de simultane visuele input van twee tegengestelde snelheden word je uit je lineaire denken getrokken. Je brein—dat graag orde wil aanbrengen—is even stuurloos. En in dat stuurloze moment ontstaat er een glimp van iets groters.
Misschien is het kijken door beide ramen tegelijk een oefening in dubbelbewustzijn. Misschien is het een metafoor voor de mens die zichzelf probeert te begrijpen terwijl hij door de tijd raast. Misschien is het zelfs een meditatie, een pure vorm van zijn: geen doel, geen vermaak, geen verwachting. Enkel observatie. Enkel stroming.
Het negeren van de mensen in de trein is ook geen luiheid, maar een noodzakelijke voorwaarde. Want de mensheid is rommelig, luid, en gevuld met verwachtingsdruk. Om echt twee werelden tegelijk in je op te nemen, moet je even vergeten dat je onderdeel bent van die mensenmassa. Even uit de sociale sfeer stappen, en gewoon: zijn tussen de ramen.
Dus ja, ik geef het toe. Wat begon als een sukkelachtig moment—een soort mentale wachtruimte tussen twee stations—bleek uiteindelijk een klein genie te herbergen. Misschien moet het zelfs als mindfulness-oefening opgenomen worden in wellness-apps: “Ga in het midden van een trein staan. Kijk naar beide ramen. Denk aan niets. Wees alles.”


Geef een reactie