Middengangpad.

Er zijn van die momenten die zo banaal zijn dat ze bijna gênant aanvoelen om te beschrijven. Je staat in het middengangpad van een rijdende trein. Niet zittend, niet lezend, niet in gesprek. Gewoon... staand. Alsof je vergeten bent dat je een mens bent met spieren die moe worden en een brein dat aandacht nodig heeft. Je staat daar als een moreel neutrale banaan, precies tussen de stoelen, precies tussen de ramen, en—hier komt het belachelijke—je probeert tegelijkertijd naar buiten te kijken door het linker en het rechter raam. Het is een houding die voelt alsof je je leven even op pauze hebt gezet zonder een goede reden. De rest van de trein is gevuld met mensheid: scrollend, snuivend, slapend, zuchtend. Je negeert ze allemaal, alsof ze ruis zijn. En daar sta je dan, op een plek die niet bedoeld is om te blijven staan, starend naar twee werelden die aan je voorbij razen in tegenovergestelde richtingen.

Omhoog ↑

nl_NLNederlands