Kunstgras.

Op de snelweg, waar normaal alleen het geluid van razende auto’s en het monotone ritme van banden op asfalt de boventoon voeren, ligt nu, haast ongemerkt, een rechthoekig stuk kunstgras, zo groen dat het haast een bespotting lijkt van de dorre bermen die het omringen. De auto’s die langsrazen, sommige met een lichte vertraging in hun snelheid alsof hun bestuurders even twijfelen, rijden er kalm en zonder veel omhaal omheen, alsof dit kunstmatige eilandje niets meer is dan een onschuldige verstoring in het vloeiende asfalt van hun reis. Geen toeteren, geen remmen, enkel een zwijgende acceptatie dat hier, midden op de snelweg, het onverklaarbare kan gebeuren.

Maar het is niet het kunstgras zelf dat voor verwarring zorgt, noch de manier waarop de auto’s er zonder probleem omheen laveren, nee, het is de rij mensen, een bonte verzameling van wachtenden die zich langs de weg heeft gevormd, als een soort stille processie. Hun gezichten vertonen geen spoortje van haast, maar iets anders, iets diepgaanders, alsof ze allen dezelfde drang voelen om, juist hier, hun tijd te nemen, geduldig, vol verwachting. Ze staan daar, in een onregelmatige rij, elk van hen met een blik die zowel ongeduld als hoop verraadt, want daar, op dat rechthoekige stuk kunstgras, ligt hun doel: een moment van rust, een vluchtige ontsnapping aan de onverbiddelijke beweging van de wereld om hen heen.

De auto’s razen voorbij, en toch lijken deze mensen zich daar niets van aan te trekken, alsof zij zich in een andere tijdsdimensie bevinden, waar het geluid van motoren slechts een verre echo is, niet langer van belang. Maar onder hen sluimert een vage onenigheid, een stille strijd die nauwelijks uitgesproken wordt maar voelbaar is in de blikken die ze elkaar toewerpen. Wie mag als eerste zijn vermoeide lichaam laten zakken op het groene, bijna surrealistische gras, om even te ontsnappen aan de alledaagse sleur van staan en wachten? Sommigen schuifelen ongemakkelijk, hun voeten tikkend op het hete asfalt, terwijl anderen juist met stugge vastberadenheid hun positie verdedigen, overtuigd dat hun moment van rust eerder komt dan dat van de ander.

Er is geen officiële volgorde, geen systeem dat de wachtenden in het gareel houdt, enkel een onzichtbare overeenkomst die ze met elkaar lijken te hebben gesloten, en toch blijft er die prikkeling, die constante spanning van wie het eerst mag, wie zichzelf voorrang durft te geven in een wereld waar alles om snelheid draait, maar waar zij hebben gekozen om te stoppen. De één zucht, kijkt schuin opzij naar zijn buurman, de ander wisselt nerveus van houding, en ondertussen blijft het kunstgras onaangedaan, alsof het zich niets aantrekt van de menselijke drama’s die zich rondom afspelen.

En zo, te midden van de voortsnellende voertuigen, de zinderende lucht en de onuitgesproken spanningen, wacht het gras, onverstoorbaar en vreemd onbetekenend, terwijl de mensen blijven wachten, vol van een soort absurde hoop dat, op het moment dat hun beurt eindelijk komt, het kunstmatige groen hen iets zal geven wat ze elders niet kunnen vinden: een korte, haast heilige rustpauze, midden in de hectiek van de snelweg.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder