De handen omklemmen het houten handvat, stevig maar met een precisie die zacht en bedachtzaam aanvoelt. Voorzichtig tillen ze de haren op, die wild uitwaaieren als de bladeren van een oud, wijs bos. In de stilte klinkt slechts het zachte ritme van de ademhaling, bijna in samenspraak met het zachte “snip-snip” van de schaar, die met tedere nauwkeurigheid door de zachte uiteinden beweegt. De zilveren bladen vangen het licht en reflecteren het in kleine vonkjes, alsof elk haar de vonk van een verhaal bevat, een verhaal dat nu wordt afgeknipt en teruggegeven aan de lucht.
De lucht vult zich met de geur van vers afgesneden vezels, een aards aroma dat zich mengt met de oude geuren van hout en dagenlang gebruik. Geduldig, als een schilder met zijn penseel, buigen de vingers elk haartje, laten ze op het juiste moment los en geven ze vorm, tot de puntjes zachtjes een gladde, harmonieuze lijn volgen, de belofte van hernieuwde streken en subtiele aanrakingen. Er is een bijna meditatieve kracht in dit moment, waarin de wereld even ophoudt met draaien, om de eenvoud en het meesterschap van dit subtiele ritueel te aanschouwen.
De laatste haartjes vallen, nauwelijks merkbaar, als eerste sneeuwvlokken, onopvallend, maar toch onmisbaar. Het werk is af, en daar rust het nu, in een nieuwe balans, stil en klaar voor de volgende reis, de volgende aanraking die nog in het onbekende wacht.


Geef een reactie