Afbeelding.

Stel je een afbeelding voor, niet zomaar een afbeelding, maar een afbeelding die in zijn totaliteit en wezen een soort perfecte leegte is, een leegte die niet alleen het afwezige van elk concreet of abstract onderwerp weerspiegelt, maar ook elke mogelijkheid om een herkenbaar detail, een stip, een vage vorm of zelfs een schaduw van betekenis te vinden, volledig uitsluit. Het is een afbeelding die zo stil is, zo onaangeroerd door enige vorm van creatief ingrijpen, dat het lijkt alsof de ruimte waarin het zich uitstrekt, als men überhaupt van ruimte kan spreken, zich eenvoudigweg weigert om enige visuele informatie te bevatten. Geen lijnen die de aandacht trekken, geen kleuren die prikkelen, geen texturen die enig gevoel van diepte of tastbaarheid suggereren – het is alsof het beeld een dimensie voorbij ons begrip laat zien, een dimensie waarin zelfs de concepten van volheid en leegte zinloos worden, omdat er simpelweg niets is dat deze begrippen zou kunnen ondersteunen of tegenhouden.

Het canvas, of de ruimte, of het veld – hoe je het ook zou willen noemen – breidt zich uit zonder een grens, zonder een beginpunt en zonder een eind, en elke poging van de waarnemer om het oog te richten op iets, zelfs het kleinste detail, wordt onmiddellijk tenietgedaan door de overweldigende afwezigheid van enig zichtbaar fenomeen. Het is alsof de afbeelding niet alleen weigert iets te tonen, maar alsof het op de een of andere manier actief het proces van kijken, het fundamentele vermogen om te zien, langzaam en methodisch saboteert. En terwijl men in eerste instantie misschien hoopt dat deze leegte een soort onderliggende structuur of verborgen betekenis bevat, blijkt al snel dat dit een misleidende verwachting is. Want de leegte in deze afbeelding is niet zomaar een tijdelijke toestand die kan worden gevuld met iets betekenisvols, het is een absoluut en onwrikbaar niets, een niets dat zo allesomvattend is dat zelfs de leegte zelf verdwijnt in zijn omvang.

En net als de waarnemer zich probeert vast te klampen aan het idee dat er wellicht toch ergens een punt van oriëntatie moet zijn, een hint van kleur, een vage suggestie van vorm, verdwijnt deze hoop in de stilte van het beeld, dat volledig onverschillig blijft voor de menselijke neiging om betekenis te zoeken waar geen betekenis is. Wat overblijft, is enkel de confrontatie met een oppervlak dat zo ongrijpbaar en onpeilbaar is dat het elke poging om het te beschrijven of te begrijpen onmogelijk maakt. Het is niet alleen een leegte, maar een afwezigheid van afwezigheid, een beeld dat geen beeld is, een vorm zonder vorm, een ervaring zonder ervaring, en in deze absurde, onuitputtelijke leegte drijft de geest van de kijker langzaam af, uitgeput door het gebrek aan aanknopingspunten, tot het punt waarop men besluit dat er niets meer te zien is, niets meer te voelen is, niets meer te denken is, behalve misschien de vraag waarom men überhaupt naar iets kijkt dat niets is.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder