Vraag.

Er bestaat een merkwaardige eenvoud in de handeling van een vraag stellen. Toch is “vraag een stel” meer dan slechts een aansporing; het is een uitnodiging tot wederzijdse beweging. Iemand vraagt, iemand anders ontvangt – en ergens daartussen ontstaat een ruimte waarin betekenis kan worden gevormd. Die ruimte is niet tastbaar, maar wel voelbaar. Ze is de plaats waar taal even zijn vaste vorm verliest en zich uitstrekt naar iets onbekends. Een stel vormt een eenheid, een paar, een verbinding. “Vraag een stel” kan dan gelezen worden als een oproep om die verbinding op te zoeken. Niet enkel tussen twee mensen, maar ook tussen ideeën, gedachten, en mogelijkheden. Een vraag is een draad, een dun lijntje dat uitgeworpen wordt in de richting van een ander. Soms vindt die draad houvast, soms niet. Toch is de handeling zelf waardevol – omdat zij getuigt van het verlangen om contact te maken.

Broodje Poep.

In Een broodje poep – de essentie van de werkelijkheid wordt de werkelijkheid onthuld als iets paradoxaal eenvoudigs en tegelijkertijd radicaal ongrijpbaars. Als we dat broodje hebben doorgeslikt (geestelijk én existentieel), blijft natuurlijk de vraag hangen als een vieze nasmaak: wat is er na de werkelijkheid? En belangrijker nog: wat doen we met de gedachte dat we de werkelijkheid behandelen als een object. Een ding. Net als een citruspers, een wasknijper of een ander zielig voorwerp dat je in de la vindt als je op zoek bent naar betekenis.

Omhoog ↑

nl_NLNederlands