Lasagne Schaal.

Ik stond daar, in het midden van mijn eigen keukencircus. Niet het soort met confetti en applaus, maar een tragisch solo-optreden tussen kruimels, gestolde vetvlekken en stilgevallen apparaten. Eén hand omklemde de rand van een schaal die ooit het toneel was van een grandioze act: lasagna, drie lagen hoog, een spektakel van kaas en saus, een hoofdact op een doordeweekse avond. Nu? Een uitgeputte artiest na het doek. De restjes zaten vastgeplakt als onverkochte kaarten aan een kassa die al lang gesloten is. Mijn blik dwaalde af naar het oppervlak. Niet om te controleren of de schaal in de vaatwasser kon — dat wist ik allang — maar omdat iets mij terugstaarde. Een vage reflectie, gevangen in het glanzende vet en uitgelopen tomatensporen. Geen helder spiegelbeeld, maar een abstract portret van iemand die te lang op het podium is blijven staan. Rode en witte vormen trokken in vlekken door de wazige glans, alsof de schmink nooit helemaal was afgegaan. En daar stonden ze: mijn ogen. Twee lichtjes, ooit bedoeld om te lachen, nu half gedoofd. Alsof ze al te veel publieksblikken hebben moeten dragen. Mijn gezicht schemerde terug uit de diepte van de schaal als een clown na sluitingstijd — alleen is dat natuurlijk niet wat ik ben. Natuurlijk niet.

Omhoog ↑

nl_NLNederlands