Vergeten.

Het moment waarop je voet de opstap van de bus raakt en je plotseling tot het wrange besef komt dat je je ov-kaart bent vergeten, kan worden ontleed tot een chemisch miniatuurdraaikolk van stresshormonen: de plotselinge afgifte van adrenaline, een verhoging van de hartslag, en een korte maar intense piek van cortisol die je lichaam voorbereidt op een reflex van handelen of berusting. Dit kleine, biochemische orkest van onmacht herinnert eraan dat het menselijke bestaan voortdurend wordt onderbroken door kleine, vergeten schakels in de keten van het dagelijks functioneren. Een gebeurtenis die op zichzelf triviaal lijkt, maar zich uitbreidt als een golfslag van ongemak die alle omliggende gedachten overspoelt. Tegenover dit plotselinge innerlijke tumult staat het plastic kratje met komkommers in de supermarkt, onaangedaan door tijd of drama, niets meer dan een verzameling gestandaardiseerde, groene cilinders, gerangschikt in een geometrische precisie binnen hun kunststof omhulsel. Elk exemplaar bevat een gecontroleerde hoeveelheid water en cellulose, gevat in een beschermende, wasachtige huid, geperfectioneerd door telers en distributiecentra om een uiterlijke uniformiteit te bewerkstelligen die het oog geruststelt. De komkommers liggen daar, zonder verhaal, zonder herinnering, als objecten van nuttigheid, gevangenen van logistiek en economie. Het kratje zelf, chemisch gevormd uit polymeren, kent geen haast en geen tekort aan functie; het is enkel de drager, een stille ondersteunende speler in een decor dat zich eindeloos herhaalt.

Omhoog ↑

nl_NLNederlands