Momenten.

De werkelijkheid, die zich aan onze zintuigen presenteert als een coherente opeenvolging van momenten, gebeurtenissen, lichamen en betekenissen, laat zich bij nader inzien misschien eerder begrijpen als een Möbiusband — een eindeloze lus waarin binnen en buiten, voor en achter, subject en object zich in een dans van wederzijdse illusies wikkelen; alsof de materie van het bestaan zelf geen vast referentiepunt heeft, maar zich voortdurend om zichzelf heen vouwt in een eindeloze paradox van zelfbevestiging en zelfontkenning, zoals een slapende god zichzelf uitademt in droomstof, zonder te ontwaken. De vrouw, gehuld in een wazige stilte van melancholische overgave, drukt een cactus tegen haar borst — en men vraagt zich af of de pijn die zij ervaart haar werkelijk toebehoort, of dat zij slechts de projectie is van een groter, trager stromend lijden dat zich aan de randen van het bewustzijn ophoudt, als een muffe geur in een vergeten kamer van de geest. Haar schaduw, uitgestrekt, wankelend in het schemerlicht, lijkt niet slechts een gevolg van lichtval, maar veeleer een afdruk van iets diepers — een kosmisch residu, een spookachtig document van een innerlijk universum dat zich heeft losgezongen van lineaire tijd. In die schaduw, die een glijdende inktvlek is op de grond van zijn, verscholen in de stilte tussen twee ademhalingen, lijkt alles besloten: de geschiedenis van verlies, de anatomie van verlangen, de echo van een naam die nooit werd uitgesproken maar desondanks zwaar op de tong ligt.

Omhoog ↑

nl_NLNederlands