Reserveknoop.

Ik zit aan de binnenkant van de jas. Vier gaten heb ik, maar ik sluit niets. Aan de voorkant werken er vijf. Om daar terecht te komen moet één van hen verdwijnen. Soms hoor ik een draadje trekken en hoop ik even dat er eindelijk iets nodig zal zijn waarvoor ik geschikt ben. Daarna schaam ik me. Vandaag bleven alle vijf open. Het werd lente. De eigenaar droeg de jas over zijn arm en voor het eerst zag ik de straat, ondersteboven maar werkelijk de straat. Vanavond hangen we weer aan de haak. Alle vijf zijn er nog. Niemand heeft mij nodig gehad. Zou ik die laatste zin ooit als goed nieuws kunnen horen?

Omhoog ↑

nl_NLNederlands