Er zijn van die keuzes die zo klein lijken dat niemand ze ooit hardop bespreekt, alsof ze vanzelf ontstaan in de marge van het dagelijks bestaan. Toch schuilt er in het onderscheid tussen de duim en de wijsvinger – specifiek wanneer je langs de plinten van de stoep veegt tijdens een lange wandeling door een straat die op het eerste gezicht onverschillig lijkt – een bijna tragische economische logica. Het is een logica die je alleen begrijpt wanneer je, tegen beter weten in, probeert te berekenen hoeveel aanraking een mens kan verdragen voordat iets breekt of juist heelt.
