Droogvak.

Na zijn schoonmaakdienst veegde hij een stoel in het bushokje droog. Er kwam meer water af dan erop had gelegen. In zijn doek zaten nu ook een ontslaggesprek en de motregen van een onbeantwoord telefoontje. Toen hij hem uitwrong, viel er een hele dinsdag uit. Hij zette zijn schoen erop voordat die zich kon verspreiden. Een jonge bezorger kwam onder het afdak staan. De man wees naar het droge vak. Zijn doek was vol; meer kon hij niet doen. Hij stopte hem terug in zijn jaszak, waar het water langzaam door de voering trok. Toen de bus kwam, bleef een rechthoekje achter waarop iemand had gezeten zonder natter te worden. Was dat voor één ochtend niet genoeg?

Omhoog ↑

nl_NLNederlands