De Leegte -een derde notitie- . Je hand glijdt langs de muur, een zoekende beweging in het zwart. Het lichtknopje moet hier zijn, toch? Dat was altijd zo. Of was dat ergens anders? De muur voelt koud en glad, onpersoonlijk bijna, alsof het niet echt een muur is, maar een idee van een muur—iets wat er hoort te zijn, maar tegelijkertijd in twijfel wordt getrokken. Je vingers blijven zoeken, tastend, schrapend, maar het licht blijft uit. Het is pas later, wanneer je naar adem hapt in een stilte die je niet begrijpt, dat je beseft dat er iets mis is. De deur, waar is de deur eigenlijk? Je draait je om, of althans, je denkt dat je je omdraait, want de ruimte om je heen biedt geen aanknopingspunten. Geen geluid, geen contouren, geen hints van waar iets begint of eindigt. Het is alsof je verloren bent in een leegte die je zelf hebt opgeroepen, een zwart gat waarin elke zekerheid verdwijnt.
Duizelingwekkend.
Het is haast duizelingwekkend om te bedenken dat er een oneindig aantal getallen bestaat, een onafzienbare oceaan van cijfers die zich uitstrekken in alle richtingen, groter en groter, kleiner en kleiner, tot in het oneindige. Hoe kan een menselijk brein, zo beperkt in omvang en vermogen, zelfs maar proberen een greep te krijgen op deze oneindige rijkdom aan getallen, laat staan ze te onthouden? Maar, en hier komt het verrassende: de menselijke geest heeft altijd een voorliefde gehad voor het scheppen van orde in chaos, en soms ontstaan daarbij ingenieuze, bijna magische trucjes, ezelsbruggetjes genaamd, die ons in staat stellen om een fractie van die onmetelijke getallenwereld te bevatten.
