Kommakamer.

Haar kamer mat drie meter en een beetje. Toen ze nauwkeuriger ging meten, schoof de plint opzij. Achter de kast verscheen een deur. Iedere extra decimaal opende een volgende kamer, kleiner en toch groot genoeg om binnen te gaan. In de zevende stond een stoel met kleren die ze misschien ooit had kunnen dragen. Ze vroeg zich vooral af wie al die kamers moest schoonhouden. Ze liep terug en zette het meetapparaat uit. De deuren sloten. Alleen achter de kast bleef een kier met tocht. Ze drukte er vilt in en zette thee. Haar kamer mat weer drie meter en een beetje. Dat beetje bezat nu een onoverzienbaar huishouden, maar hoefde zij daarom overal de ramen open te zetten?

Omhoog ↑

nl_NLNederlands