Kommakamer.

De kamer mat drie meter en een beetje. Met die omschrijving had de bewoner jaren goed kunnen leven. Er pasten een bed, een tafel en de stoel waarop kleren lagen die nog niet vuil genoeg waren om hun volgende bestemming vast te leggen. Toen kwam er een nauwkeuriger meetapparaat. Zij hield het tegen de muur en las meer decimalen af dan de ruimte volgens haar persoonlijkheid nodig had. Meteen schoof de plint opzij. Achter de kast verscheen een deur, smal maar onmiskenbaar bruikbaar. In gewone woningen leverde nauwkeuriger meten alleen een betere beschrijving op; hier bleek de beschrijving nieuw oppervlak af te dwingen. Iedere volgende decimaal maakte plaats voor iets wat bij afronding onopgemerkt was gebleven. Eerst een nis, toen een gangetje, daarna een kamer die aan alle kanten kleiner was dan een kamer behoorde te zijn en toch genoeg ruimte bood om erin te gaan staan. De vrouw deed dat. Er hing een geur van ongebruikte lucht. Geen stof, geen verf, eerder de afwezigheid van een geschiedenis. Ze had verwacht blij te zijn met extra vierkante meters. In plaats daarvan wilde ze weten wie ze straks moest schoonhouden.

Ze mat verder. Achter de kleine kamer opende zich een nog kleinere, waarvan de deur toch even gemakkelijk passeerbaar was. De schaal verschoof met haar mee. Haar hand bleef dezelfde hand, maar kon nu een muur aanraken die buiten deze decimaal nauwelijks dik genoeg zou zijn geweest om zichtbaar te zijn. De woning werd een reeks binnenruimten zonder laatste kamer. Bij elke stap werd haar oorspronkelijke tafel verder weg, hoewel het apparaat volhield dat de totale breedte nauwelijks veranderde. Ze merkte hoe geruststellend afronden eigenlijk was. Een afgerond getal zei: hier houdt je verantwoordelijkheid voorlopig op. Meer precisie leek daarentegen te eisen dat alles wat tussen twee meetpunten schuilging ook bezocht moest worden. In de zevende kamer stond een stoel. Dat verbaasde haar minder dan het had moeten doen. Er lagen kleren op. Niet haar kleren, maar kleding die ze misschien zou hebben gedragen als een kleine beslissing jaren eerder iets nauwkeuriger was uitgevallen. Ze raakte een mouw aan en trok haar hand terug. Dit was geen opslagruimte. Dit was het bezit van mogelijkheden die zij nooit had besteld en waarvoor nu wel ramen opengezet moesten worden.

Ze besloot terug te lopen zonder opnieuw te meten. Dat vereiste vertrouwen in deuren die vanuit de andere kant geen van alle groter leken. Bij iedere doorgang werd de wereld iets grover, wat prettig was: de lucht kreeg stof, de muren kregen vlekken en haar eigen tafel werd weer een voorwerp met een kras in plaats van een verzameling nog onontdekte adressen. In de eerste kamer deed ze het meetapparaat uit. De smalle deur achter de kast sloot langzaam, maar de plint bleef een millimeter los. Daar kwam tocht doorheen. De vrouw zocht een stukje vilt en drukte het in de kier. Ze wist nu dat er achter die kier ontelbaar veel kamers lagen, al was ontelbaar hier vooral het woord voor een hoeveelheid waar zij niet aan wilde beginnen. Haar bed was niet groter geworden. Haar huur voorlopig ook niet. Ze verplaatste de stoel met de kleren een klein stukje, zodat ze gemakkelijker bij het raam kon. Toen zette ze thee. De kamer mat weer drie meter en een beetje. Dat beetje mocht zijn eigen huishouden voortaan zelf organiseren.

Geef een antwoord

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder