Oversteken.

Een ijzige wind strijkt over de verlaten asfaltvlakte van de snelweg, terwijl de nacht met haar inktzwarte deken alles in duisternis hult. Het is exact 03:00 uur, en de gebruikelijke kakofonie van motoren is gereduceerd tot het sporadische gesmoel van passerende voertuigen. Midden in dit verstilde stijllandschap sluipt een ongedefinieerd knaagdier — noch mol, noch rat, maar iets ertussenin — behoedzaam van de berm naar het midden van de rijbaan. Beeld je in hoe het dier zijn voorpootjes optilt, voelen als zachte kussentjes tegen het koele asfalt. Elk contactpunt wordt vertraagd alsof de tijd zelf is bevroren. De snuit, kort en stomp, trilt bij elke ademhaling en ruikt de koude geur van verbrande remmen en natte bladeren. De ogen glanzen spiedend, donker en ondoorgrondelijk, terwijl de koplampen van een naderende auto als zoeklichten over zijn rug glijden.

Omhoog ↑

nl_NLNederlands