Vinex.

Er zijn van die ochtenden — en het is altijd ochtend, alsof het bestaan zich weigert verder te ontwikkelen dan de eerste fase van bewustzijn, waarin de zon laag hangt boven de identieke daklijnen van huizen die ooit met oprechte hoop werden gekocht — waarop ik, gewapend met een herbruikbare koffiebeker en een sluimerende existentiële kramp, de wijk in loop zonder duidelijk doel, behalve misschien het subliem vage verlangen naar een glimp van iets dat betekenis zou kunnen hebben, als het zich tenminste zou durven tonen tussen de keurig gerangschikte stoeptegels en de geijkte kleurenschema’s van voordeuren waarachter mensen wonen die ik groet maar nooit ken. En terwijl mijn voeten zich als vanzelf verplaatsen — van speeltuin naar hondenveldje naar de plek waar ooit een boom stond tot hij ‘ziek’ werd verklaard door een ambtenaar met een clipboard en sindsdien vervangen is door een paaltje dat iets moet voorstellen maar niets meer zegt — ontspruit in mijn hoofd een zin die zich blijft splitsen, uitbreiden, vertakken, net als de zijstraten hier, die allemaal eindigen in dezelfde doodlopende geruststelling dat verdwalen slechts tijdelijk is als alles ontworpen is om je terug te leiden naar jezelf, al weet je op den duur niet meer of je dat zelf nog wel bent.

Omhoog ↑

nl_NLNederlands