Beste Inspiratieloze Momenten, Ach, gij taaie, tergende, en in de diepste krochten van mijn creatieve ziel knagende inspiratie-loze momenten — wat moet ik zonder u? Of, wellicht juister: wat moet ik mét u? Want daar waar u verschijnt, daar verdwijnt de vruchtbare stroom van gedachten als ochtendmist onder de kille greep van een opkomende zon; daar waar u zich nestelt in de plooien van mijn bewustzijn, daar ontstaan lege vellen papier en knipperende cursors die op het ritme van mijn frustratie lijken te dansen — een dans van afwijzing, van leegte, van onverbiddelijke stilstand. Toch, ondanks uw ondraaglijke saaiheid en de onmiskenbare schaduwen van intellectuele steriliteit die u over mijn pen werpt, voel ik mij genoodzaakt u met een zekere waardering te omarmen. U, o kwellende leegte, biedt in uw beklemmende stilte immers de contouren waartegen creativiteit zich uiteindelijk zal aftekenen; u creëert de achtergrond waartegen het kleurrijke palet van inspiratie des te feller zal oplichten, mocht het zich ooit weer genadig tonen. Uw tergende afwezigheid van ideeën is als het canvas vóór de eerste penseelstreek — leeg, ontmoedigend, maar tegelijkertijd beloftevol in zijn naakte potentie.
