25ste.

Er zijn dagen die verdwijnen in de plooien van de kalender, stil en onopvallend als een vergeten boeket bloemen op de vensterbank van het geheugen, maar dan is er die ene glorieuze, bruisende, bijna mythische dag die zich opricht als een vuurwerk tussen de grijze daken van de tijd—de vijfentwintigste, deze geboortedag, het kloppende hart van het jaar, de epicentra van alle vreugde, de dag waarop zelfs de zon lijkt te juichen, zich uitstrekkend in gulzige stralen over mijn huid als een extatische geliefde die zijn gloed niet langer kan bedwingen. Want wat is jarig zijn op de vijfentwintigste anders dan een geheime verbond met het universum zelf, een stille afspraak tussen de sterren en de ziel, dat alles op deze dag móét samenvallen: de geur van versgebakken taart die zich door het huis slingert als een warme herinnering aan kindertijd en zorgeloosheid, de stemmen van vrienden die klinken als koorzang van engelen die zich hebben vermomd als mensen, en de klok die niet langer tikt, maar zingt, zingt van leven, van overvloed, van 'hier ben je dan, precies waar je hoort te zijn, op deze glorieuze vijfentwintigste, midden in het jubelende centrum van de kosmos'.

Omhoog ↑

nl_NLNederlands