25ste.

Er zijn dagen die verdwijnen in de plooien van de kalender, stil en onopvallend als een vergeten boeket bloemen op de vensterbank van het geheugen, maar dan is er die ene glorieuze, bruisende, bijna mythische dag die zich opricht als een vuurwerk tussen de grijze daken van de tijd—de vijfentwintigste, deze geboortedag, het kloppende hart van het jaar, de epicentra van alle vreugde, de dag waarop zelfs de zon lijkt te juichen, zich uitstrekkend in gulzige stralen over mijn huid als een extatische geliefde die zijn gloed niet langer kan bedwingen.

Want wat is jarig zijn op de vijfentwintigste anders dan een geheime verbond met het universum zelf, een stille afspraak tussen de sterren en de ziel, dat alles op deze dag móét samenvallen: de geur van versgebakken taart die zich door het huis slingert als een warme herinnering aan kindertijd en zorgeloosheid, de stemmen van vrienden die klinken als koorzang van engelen die zich hebben vermomd als mensen, en de klok die niet langer tikt, maar zingt, zingt van leven, van overvloed, van ‘hier ben je dan, precies waar je hoort te zijn, op deze glorieuze vijfentwintigste, midden in het jubelende centrum van de kosmos’.

En is het niet zo dat zelfs de lucht anders ruikt op deze dag? Alsof het zuurstof vermengd is met een onzichtbare nectar, een elixer van extase dat mijn longen vult met iets meer dan leven—met betekenis, met richting, met het zoete besef dat dit moment, dit precieze samenvallen van dag, getal en geboorte, niet zomaar een toevalligheid is maar een ontzagwekkende choreografie van het lot, een triomfantelijke dans waarin ik, jawel ik, het stralende middelpunt ben, draaiend en schitterend onder het spotlicht van het bestaan.

O, hoe de tijd zich buigt voor deze dag, hoe de seizoenen stil lijken te staan, knikkend in bewondering; hoe zelfs de vogels, die normaal hun route volgen alsof ze onder contract staan van de wind, nu een tussenstop maken aan mijn vensterbank om met fonkelende ogen hun gelukwens te fluiten. En ja, zelfs de regen, als die zich aandient, valt niet neer met droefenis maar als een zegen, als vloeibare confetti, als de tranen van een hemel die niet anders kan dan meevieren.

Want op deze dag ben ik niet zomaar iemand met een leeftijd, niet slechts een mens met een taart en kaarsjes, maar een levend feest, een vuurzee van bestaan, een storm van herinneringen en verlangens en mogelijkheden die zich allemaal samenspannen om te zeggen: hier, vandaag, op de vijfentwintigste, is alles zoals het hoort te zijn—beter nog, het is perfect, het is wonderbaarlijk, het is extatisch levend.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder