In Een broodje poep – de essentie van de werkelijkheid wordt de werkelijkheid onthuld als iets paradoxaal eenvoudigs en tegelijkertijd radicaal ongrijpbaars. Als we dat broodje hebben doorgeslikt (geestelijk én existentieel), blijft natuurlijk de vraag hangen als een vieze nasmaak: wat is er na de werkelijkheid? En belangrijker nog: wat doen we met de gedachte dat we de werkelijkheid behandelen als een object. Een ding. Net als een citruspers, een wasknijper of een ander zielig voorwerp dat je in de la vindt als je op zoek bent naar betekenis.
