Toen ze haar eerste mouw oprolde, werd het aan die kant van haar lichaam avond. Haar andere pols zat nog op kantoor. Iemand moest daar waarschijnlijk nog vragen of de bijlage was meegestuurd. Ze sloeg ook de tweede mouw om. De werkdag verdween in twee rollen katoen bij haar ellebogen. Op het terras rustten haar blote onderarmen naast een glas. Niemand hoefde iets van haar. Toch trok één plooi een beetje: daar zat een gesprek dat niet goed was afgelopen. Ze maakte de stof niet los. Sommige uren moesten eerst zachter worden. Tegenover haar vroeg iemand hoe haar dag was geweest. Ze keek naar haar mouwen. Hoeveel ervan moest ze daarvoor weer uitvouwen?
