De recente populariteit van röntgenbrillen heeft een discussie op gang gebracht die jarenlang grotendeels onder de radar bleef, vermoedelijk omdat men eenvoudigweg niet beschikte over voldoende zicht op de problematiek. Inmiddels blijkt echter dat de technologie, hoe fascinerend ook, een nieuw vraagstuk heeft gecreëerd: het herkennen en uit elkaar houden van skeletten.
Aanvankelijk leek de introductie van de moderne röntgenbril een bescheiden revolutie. Mensen wandelden door winkelstraten, bezochten familiefeesten en namen deel aan vergaderingen met het geruststellende idee dat de menselijke anatomie eindelijk toegankelijk was geworden voor de nieuwsgierige burger. Al snel ontstond echter een praktisch probleem. Hoewel de meeste mensen in dagelijkse omstandigheden uitstekend van elkaar te onderscheiden zijn dankzij kleding, kapsels, brillen, baarden en merkwaardige voorkeuren voor bepaalde kleuren regenjassen, blijken skeletten opvallend uniform.
Men kan zelfs stellen dat het skelet zich weinig aantrekt van individualiteit. Vrijwel iedereen beschikt over een schedel, een ribbenkast en een verzameling botten die, vanuit een respectabele afstand bezien, een zekere onderlinge gelijkenis vertonen. Waar men vroeger dacht dat persoonlijkheid diep vanbinnen zat, blijkt dat diep vanbinnen vooral veel kalk aanwezig is.
Dit leidt tot ongemakkelijke situaties. Op een verjaardag kan men plotseling constateren dat het lastig is te bepalen welk skelet precies behoort bij oom Henk, tante Marianne of de buurvrouw die al twintig minuten naast de kaasblokjes staat. Op stations ontstaan vergelijkbare complicaties. Een wachtende reiziger ziet niet langer een menigte mensen, maar een verzameling wandelende geraamtes die allen een vergelijkbare pas hanteren en in meer of mindere mate beschikken over knieën.
Onderzoekers spreken inmiddels voorzichtig over het zogenaamde skeletidentificatievraagstuk. Hoewel het nog te vroeg is om van een crisis te spreken, zijn de eerste signalen zorgwekkend. Er zijn meldingen van mensen die per ongeluk een gesprek begonnen met het verkeerde skelet, hun partner pas herkenden aan een oude sleutelbos in een jaszak of langdurig een onbekende volgden omdat diens sleutelbeen een vertrouwde indruk maakte.
Gelukkig worden reeds verschillende oplossingen onderzocht.
Een eerste mogelijkheid is het ontwikkelen van skeletaccessoires. Kleine decoratieve elementen, zoals gekleurde enkelbandjes, botstickers of subtiele reflecterende markeringen op het sleutelbeen, zouden de herkenbaarheid aanzienlijk kunnen vergroten zonder afbreuk te doen aan de natuurlijke esthetiek van het geraamte.
Een tweede voorstel betreft de invoering van gepersonaliseerde houdingen. Sommige mensen zouden bewust een herkenbare skeletidentiteit kunnen cultiveren door hun schouders permanent iets op te trekken of een karakteristieke stand van de onderkaak aan te nemen. Net zoals men een eigen loopje heeft, zou men ook een eigen skeletprofiel kunnen ontwikkelen.
Daarnaast wordt gedacht aan digitale ondersteuning. Toekomstige röntgenbrillen zouden wellicht namen boven skeletten kunnen projecteren, vergelijkbaar met naambordjes op congressen. Het risico bestaat echter dat technische storingen leiden tot pijnlijke misverstanden, bijvoorbeeld wanneer een bril besluit dat de plaatselijke bakker eigenlijk een fysiotherapeut uit Eindhoven is.
Voorlopig lijkt voorzichtigheid daarom geboden. Totdat de technologie verder ontwikkeld is, doen gebruikers van röntgenbrillen er verstandig aan regelmatig terug te schakelen naar de traditionele waarneming. Uiteindelijk blijken mensen nog altijd het gemakkelijkst herkenbaar aan hun gezicht, hun kleding en hun eigenaardige gewoonte om op feestjes net iets te lang bij de bitterballen te blijven hangen.


Leave a Reply