De lege schaal drukte de tafel naar beneden. De man had haar die ochtend op de weegschaal gezet om het apparaat op nul te stellen, een eenvoudige handeling die meestal voorkomen moest dat het gewicht van servies voor eten werd aangezien. Maar zodra het nulpunt was ingesteld, begon de wijzer opnieuw te bewegen. Hij haalde de schaal eraf. De wijzer keerde terug. Hij zette haar erop. Weer hetzelfde. Het materiaal woog nog steeds evenveel; dat had hij gecontroleerd met een tweede schaal, die uitsluitend de normale hoeveelheid aardewerk meebracht. Het extra gewicht zat in wat ontbrak. Er zou iemand komen eten. Dat was nog niet afgezegd, maar ook niet bevestigd, en in die onbepaalde toestand begon de lege schaal steeds meer mogelijkheden te bevatten. Soep, salade, een stuk brood, een gesprek dat eerst wat stroef zou gaan: alles lag er nog niet in en drukte daardoor des te harder op de bodem. De man draaide het apparaat nogmaals naar nul. De tafel kraakte. Je kon een getal aanpassen, maar daarmee had je de afwezigheid kennelijk nog niet verplaatst.
Nul was in de rekenkunde een behoorlijk betrouwbare waarde. Nul appels waren geen appels, ook niet wanneer iemand er nadrukkelijk op had gehoopt. Vermenigvuldigen maakte dat gebrek niet vruchtbaarder. De schaal volgde echter een andere, plaatselijke logica: zij woog niet het aantal aanwezige dingen, maar de ruimte die hun komst al had opgeëist. Dat gewicht groeide zonder dat er iets bij kwam. Rond het middaguur trok de tafel scheef. Het kleed zakte langzaam naar het midden en de vorken schoven een paar centimeter op. De man legde een appel in de schaal. De wijzer daalde. Dat was niet omdat de appel lichter dan niets was in enige bruikbare natuurkundige zin, maar omdat een deel van het onbesliste eindelijk een vorm had gekregen. Er lag nu iets wat gegeten, weggehaald of vergeten kon worden. Daar viel mee om te gaan. Hij legde er nog een appel naast, maar dat hielp nauwelijks. Kennelijk liet de leegte zich niet onbeperkt met boodschappen bestrijden. Zijn telefoon bleef stil. Buiten reed iemand een lege container over de tegels; een luid bewijs dat holte onder bepaalde omstandigheden uitstekend hoorbaar kon zijn.
Tegen de avond zette hij de schaal op de grond. De tafel kwam langzaam recht, alsof zij haar rug kon strekken. Hij nam een van de appels en sneed hem in stukken op het aanrecht. Dat was nog geen besluit over het bezoek. Het was alleen een handeling die geen antwoord nodig had. Terwijl hij at, rinkelde de telefoon. De ander kon niet komen. Er volgde een uitleg die redelijk klonk en die hij later vermoedelijk ook redelijk zou vinden. Hij zei dat het goed was. Op de vloer bewoog de schaal een klein stukje. Het extra gewicht verdween niet in één keer; het werd eerst ongelijk, alsof de afwezigheid haar voeten moest verzetten voordat ze kon vertrekken. Toen hij de schaal weer optilde, voelde zij gewoon zwaar zoals aardewerk zwaar was. Er lag nog één appel in. Hij legde haar op tafel en liet de weegschaal staan waar zij stond. Nul hoefde die avond niet opnieuw te worden vastgesteld. Hij at verder, en de lege stoel tegenover hem bleef een lege stoel. Zij drukte nergens doorheen. Dat was, voor het moment, een bruikbare eigenschap.


Geef een antwoord