Karretje.

Een kar met vier wielen. Of eigenlijk, met drie — want eentje is weg. Een detail dat op het eerste gezicht triviaal lijkt, maar dat juist de hele scène op perron 2 een extra laag tragiek geeft. Daar staat het ding, scheef, als een gewonde soldaat na de strijd, net niet meer bruikbaar, maar te aanwezig om te negeren. De regen gutst onverbiddelijk neer op deze maandagmorgen, terwijl forenzen er met afgewend gezicht langs schuifelen. Niemand vraagt zich af van wie de kar was, of wat er met dat vierde wiel is gebeurd. En dat zegt, helaas, alles over ons.

De samenleving van vandaag is een kar met een ontbrekend wiel: nog net functioneel, maar niet zoals bedoeld. Alles wankelt een beetje, schuurt, kraakt. We doen alsof het prima gaat, zolang het niet instort. Zo ook deze kar, die nog steeds zijn vorm houdt, alsof hij weigert toe te geven aan zijn eigen gebrekkigheid. Dat is wat wij mensen ook doen: we rollen door, scheef, moeizaam, met een lege plek waar ooit balans was.

Het perron zelf lijkt een metafoor geworden voor ons collectieve bestaan: iedereen onderweg, niemand echt aanwezig. En in het midden, die kar. Ooit een hulpmiddel, nu een stille getuige van verwaarlozing. Een symbool van de dingen die we achterlaten — niet omdat we ze niet nodig hebben, maar omdat we te druk zijn om te merken dat ze ontbreken.

De regen maakt het tafereel bijna plechtig. De plassen rond het ontbrekende wiel weerspiegelen het bleke stationlicht; het lijkt alsof de kar huilt. Toch staat hij daar, koppig, alsof hij weigert op te geven. De mensheid in miniformaat: krom, nat, maar te trots om om te vallen.

En iedereen haast zich erlangs. Telefoons trillen, treinen piepen, iemand mompelt over vertraging. Maar niemand buigt zich om dat ontbrekende wiel te zoeken. Misschien ligt het ergens verderop, tussen de rails, vergeten — of misschien is het meegenomen, door iemand die dacht dat één wiel ook wel genoeg was om iets draaiende te houden.

Het ontbrekende wiel is het detail dat het verhaal compleet maakt. Want dat kleine verlies, dat stukje disbalans, is de essentie van de moderne wereld. Alles is bijna af, bijna goed, bijna compleet. We bewegen ons voort op drie wielen en noemen het vooruitgang.

Dus daar staat hij, de kar op perron 2. Drie wielen, één gemis. Een onbedoeld monument voor onze tijd: het tijdperk van het bijna-functioneren. De regen blijft vallen, de treinen komen en gaan, en de kar blijft waar hij is. Misschien wacht hij op dat vierde wiel. Of misschien weet hij dat het niet meer terugkomt — en heeft hij zich, net als wij allemaal, erbij neergelegd dat balans een luxe is die allang is weggerold.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder