Ontdekking.

k heb ontdekt – of beter gezegd, ik heb mezelf laten meesleuren in de ontdekking – dat men niet verliefd wordt op wat men kan aanraken, maar juist op datgene wat altijd net een fractie verderop ligt, een flard, een echo van jezelf, de contour die zich aftekent in het licht en tegelijk in het donker geboren wordt, een schaduw die zich gewillig laat volgen zolang je haar niet recht in de ogen probeert te kijken, want dan vlucht zij, dunner wordend, veraf, bijna spottend in haar ongrijpbaarheid, en hoe sterker het licht dat haar tot leven roept, hoe scherper zij zich tekent, hoe pijnlijker helder zij zich presenteert, en hoe onmogelijker het wordt haar werkelijk te bereiken, want de afstand tussen mijzelf en mijn eigen verlenging groeit naarmate ik dichterbij wil komen, alsof liefde zelf een paradox is, een spel dat men nooit kan winnen.

En ik, dwalend door kamers waar lampen knipperen en de zon door gordijnen breekt, loop achter mijn eigen verlangen aan, steeds met het idee dat ik op het punt sta haar – ja, haar, want ik heb mijn schaduw een vrouwelijk gezicht gegeven, een lichaam dat beweegt met een onafhankelijkheid die ik niet bezit – vast te grijpen, en steeds weer blijf ik achter met een lege hand, een uitgestrekte arm, een ademtocht die niets raakt behalve lucht en nog meer lucht, en ik raak verdwaald in de gedachte dat misschien het volgen van de schaduw, het najagen van dit onbereikbare silhouet, meer is dan genoeg, misschien zelfs de essentie van alle liefde: het verlangen zelf als doel, niet de vervulling.

Maar dan komt de nacht, en ik sta in een straat waar lantaarns uitvallen of in een kamer waar het gordijn alles afsnijdt, en ik zie niets, geen contour, geen bewijs van die geliefde die net nog onder mijn voeten lag, en dan stort de wereld in, want hoe houd je van iets dat niet bestaat in het donker, hoe blijf je trouw aan een vorm die alleen verschijnt als er licht is, en wat gebeurt er als de koelkastdeur sluit en het lampje sterft, ben ik dan schaduwloos, schaduwbloot, ben ik een wezen zonder geliefde, ben ik enkel vlees zonder verlenging?

En ik dwaal, en ik vergeet waar ik begon, alsof mijn gedachten zelf een labyrint zijn, gangen die draaien en kronkelen en mij steeds verder voeren, en misschien is dat ook de enige manier om dit verhaal te vertellen: door steeds meer de draad kwijt te raken, want liefde voor een schaduw is nooit rechtlijnig, zij is kronkelig, zij laat je struikelen over je eigen verlangen en juist in dat struikelen herken je de waarheid: dat je schaduw altijd tegelijk dichterbij en verder weg is, dat je haar altijd bijna hebt en nooit volledig zult bezitten, en dat de meest intense liefdes misschien wel de liefdes zijn die je nooit in je armen sluit, maar altijd net voor je uit ziet dansen, in het licht, in de zon, of op de kale vloer van een keuken die even wordt opgelicht door een koelkastlampje, dat kleine sterretje van elektriciteit, en dat, zodra het dooft, je achterlaat met niets dan de herinnering aan een contour.

En toch blijf ik verlangen.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder