Geboorte.

De meeste verhalen over geboorte beginnen met kwetsbaarheid, naaktheid en afhankelijkheid. Maar er bestaan andere verhalen – verhalen die niemand zich herinnert, en die daarom in het geheim rondzweven in de lucht die wij inademen. Daar, tussen de ademen van mensen, zweven kubussen van dikke witte rook. Ze zijn de wiegen van een ander soort bestaan. Uit deze kubussen wordt niet een kind geboren, maar een volwassen mens die pas begint met leven, alsof de tijd van opgroeien een vergeten schim is.

Zo ook vandaag. Hoog in de atmosfeer drijft een kubus, zo wit dat het lijkt alsof wolken erin oplossen en zichzelf opnieuw uitvinden. In de kern van die kubus begint iets te bewegen, alsof de rook zich wil herinneren wat het kan vormen. De slierten trekken samen, verdichten, draaien rond een leegte die langzaam geen leegte meer is.

Daar verschijnt ze: een vrouw van dertig. Haar lichaam tekent zich af in de rook, alsof de rook zelf kleren weeft om haar heen. Het is geen toeval wat daar ontstaat – de stof van haar bestaan kiest voor een strak donkergroen, glanzend kokerjurkje dat zich soepel om haar vormt. Alsof de rook een garderobe van mogelijkheden bevat en precies dit uitkoos als passend uniform voor een eerste verschijning. Bijpassende hakjes glijden onder haar voeten, subtiel, elegant, en toch stevig genoeg om de sprong naar de aarde aan te kunnen.

Het is vreemd om volwassen geboren te worden. De vrouw opent haar ogen, voelt de rook langs haar huid strijken als een laatste omhelzing. Ze ademt voor het eerst, maar haar longen kennen de beweging alsof ze dit al jaren doen. Ze kijkt naar beneden, waar de aarde lonkt, immens en dichtbij tegelijk. De kubus wiegt zacht, gedragen door de stromingen van de lucht.

Ze beseft dat ze iets groots meemaakt, al kan niemand haar vertellen hoe. De geboorte van een dertigjarige heeft geen handleiding, geen verloskundige, geen familie die wacht. Er is alleen zijzelf en de rook die haar vorm gaf. Dat besef maakt haar zenuwachtig. Ze voelt de spanning van een nieuw bestaan, de verantwoordelijkheid die begint nog voor het eerste woord is uitgesproken. En toch, midden in die ernst, ontsnapt haar een giechel. Het is niet meer dan een klein geluid, maar het vult de kubus alsof de rook zelf even meeglundert.

Ze kan zichzelf nauwelijks bevatten – haar slanke silhouet in het donkergroene jurkje, de glans van de stof die licht vangt alsof het sterren zijn, de hakjes die onverwacht comfortabel voelen. Het is alsof ze niet in kleren geboren werd, maar dat de kleren een deel van haar identiteit vormen. Zij en het jurkje zijn één. Ze lacht opnieuw, deze keer harder, en de rook lijkt te trillen van vreugde.

Dan begint de daling. De kubus opent zich, zijn rook vervliegt langzaam en laat haar zakken, gedragen door luchtstromen. Ze voelt geen angst. De wereld onder haar is onbekend, maar nodigt uit. Elke stad, elk bos, elke zee is een podium voor haar eerste stap. Terwijl ze neerdaalt, denkt ze: dit is geen begin zoals anderen het kennen. Dit is een begin dat geheim moet blijven, een begin dat niemand mag herinneren.

Wanneer haar hakjes de grond raken, is de rook verdwenen. Er blijft niets achter dat haar oorsprong verraadt. Voor iedereen die haar ontmoet, zal ze gewoon een vrouw zijn die al dertig jaren leefde. Maar zij weet beter. Zij weet dat haar lach, haar giechel, het jurkje en de hakjes getuigen van iets dat nooit eerder beschreven is. Een geboorte zonder verleden, maar vol toekomst.

Ze glimlacht, schikt het glanzende groen langs haar heupen, en zet haar eerste stappen de wereld in.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder