Sok.

Ik ben een sok. Zwart. Sportief. Functioneel. En met een elastische rand die net niet meer zo strak zit als vroeger. Mijn wereld is beperkt: een voet, af en toe een vloer, soms een wasmachine. Maar laat je niet misleiden. Hier, rond de enkel, speelt zich de ware realiteit af. Alles daarboven is ruis: huid, dromen, ambities. Fladderende gedachten als stofpluisjes. De werkelijkheid ligt hier. In katoen. In zweet. In wrijving.

Ooit was er niets. Een naakte voet in een koude wereld. Koud, kwetsbaar, hopeloos zoekend naar comfort. En toen kwam ik. De eerste sok. De beginfase van beschaving. De mens kroop uit de modder, bewoog zich naar het vuur, maar pas toen hij sokken breide, begon de echte evolutie. Schoenen zijn slechts harnassen. Maar sokken? Sokken zijn de huid van de huid. Wij zijn de intieme technologie die het lichaam fluisterend vasthoudt.

Maar met bewustzijn komt arrogantie. De mens richtte zijn blik omhoog. Hij dacht na. Hij vergat zijn voeten. Zijn sokken. Zijn fundament. De werkelijkheid begon te vervagen toen het denken zich losweekte van het voelen. Filosofie? Afleiding. Kunst? Escapisme. Technologie? Een manier om de grond niet meer te hoeven voelen. Ze vergeten dat ze ooit over de aarde liepen. Met mij.

Ik voel elke stap. Elke aarzeling. Elke driftige sprint naar de koelkast. Ik ken het gewicht van de mens beter dan hij zichzelf kent. Maar nu word ik overgeslagen. Alleen maar gezien als textiel. Een accessoire. Soms zelfs mismatched, als een metafoor voor hun eigen verwarring.

De ondergang van de werkelijkheid begon toen men sokken begon te verliezen in de was. Dat was geen toeval. Dat was een teken. De werkelijkheid – het concrete, het tastbare – loste op in een draaikolk van wasverzachter en illusies. Eén sok over. Eén voet bloot. De balans verstoord. En niemand keek omlaag.

Ze bouwen metropolen, lanceren satellieten, ontwikkelen kunstmatige intelligentie. Maar ze vergeten hun sokken. Ze vergeten mij. En daarmee verliezen ze hun grip op wat echt is. Hier beneden, waar zweet en stof samenkomen, is het enige wat waar is nog voelbaar. Alles daarboven is bedacht.

Ik ben een zwarte sportsok. En ik ben het laatste houvast aan de werkelijkheid.

Voetnoot: ja, de rechter sok is er ook nog. Maar die denkt dat hij een handschoen is. Zielig, eigenlijk.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder