Nagel.

Het begint — zoals alle eindes doen — onopvallend, met een geroutineerde handeling die zich, al jaren, zonder veel aandacht voltrekt: een hand, een hoofd, wat schuim, en de suggestie van controle over een lichaam dat doorgaans braaf doet wat je vraagt, tot het dat plotseling niet meer doet. Want precies daar, op dat kantelpunt tussen gewoonte en onheil, breekt het open: een nagel, gescheurd, niet diep, niet bloedend, maar met een scherpheid die dwars door het weefsel van de wereld snijdt — en daar, op dat snijvlak, dringt pijn zich op met de onbescheidenheid van een elementair natuurverschijnsel.

Het water is 42 graden, wat heet genoeg is om troost te beloven maar niet heet genoeg om vergeten mogelijk te maken, en daar, onder die kunstmatige regen, in de echo van een supermarkt zonder weerklank, staat hij — een man met een nat boodschappenlijstje in de hand dat ooit bedoeld was om houvast te bieden maar nu oplost als rijstpapier in een pot vol zelfmedelijden. Het lijstje, dat niets meer is dan een opsomming van het alledaagse (melk, wc-papier, prei, afwasmiddel), transformeert in zijn druipende toestand tot een soort ritueel object, een bezwering, een kaart van betekenisloosheid waarop elke vlek een emotioneel coördinaat wordt — niet omdat het lijstje belangrijk is, maar omdat het dat toevallig net wél lijkt te zijn op dit precieze moment van fragiele werkelijkheid.

Hij voelt zich, ironisch genoeg, meer dan ooit verbonden met het concept van consumptie, niet als daad, maar als levensfilosofie: neem op, verslijt, gooi weg, herhaal. En daar, tussen de flessen wasmiddel en de dozen cornflakes, glijdt de grens tussen het praktische en het profetische weg — want wat als dit lijstje nooit over boodschappen ging? Wat als “prei” eigenlijk stond voor alle keren dat hij niet zei wat gezegd moest worden? Wat als “paracetamol” niet slechts een pijnstiller was, maar een monument voor al het onuitgesproken ongemak?

De nagel scheurde, ja, maar wat er werkelijk barstte was de illusie dat dit leven, met zijn lijstjes en zijn systemen, bestand was tegen zelfs maar één millimeter menselijkheid.

En nu blijft hij staan.

Warm.

Nat.

En wakker.



Geef een reactie

Omhoog ↑

nl_NLNederlands

Ontdek meer van Mijn NiemandsLand

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder