Je bent te laat opgestaan. Geen moment gehad om te bedenken hoe de ochtend had moeten verlopen, geen ruimte om iets recht te zetten wat gisteren is blijven liggen. Je hebt de koffie meegegrist van het aanrecht, meer een symbool van controle dan een daadwerkelijke behoefte. Het is te koud om echt warm te worden, te slap om echt te wekken. In de auto wacht de beker in de houder, onaangeraakt, zoals zoveel dingen in je leven blijven wachten.
De straten trekken zich onverschillig terug achter de voorruit. Alles beweegt, maar jij niet. Of toch, je beweegt wel, maar zonder richting, zonder gevoel van bestemming. In de zijspiegels verdwijnen de plekken waar je net nog was, als herinneringen die zichzelf wissen voordat ze betekenis krijgen.
Sommige dagen beginnen met een misser die de rest dicteert, een vals startschot waarna je alleen nog maar kunt rennen zonder echt vooruit te komen. Dit is zo’n dag. Te laat, te snel, te afwezig. De afspraken van vandaag lijken abstract, losse woorden in je agenda zonder dat ze landen in je gedachten. En ergens, als een vage ruis op de achtergrond, sluimert dat besef dat je alweer iemand bent vergeten te antwoorden. Een vriendschap die langzaam oplost in een reeks onbeantwoorde berichten. De grens tussen te druk en te afstandelijk is flinterdun, maar je hebt geen tijd om dat nu te voelen.
De auto trilt onder je, asfalt strekt zich uit als een monotone rivier, zonder bochten, zonder verrassing. Je zou hier elke dag kunnen rijden zonder dat het verschil maakt. Alsof de route niet een weg is, maar een patroon dat zichzelf steeds opnieuw herhaalt. De radio speelt iets, reclame waarschijnlijk. De zoveelste belofte dat iets je leven beter zal maken als je maar klikt, koopt, gelooft. Je schakelt het uit.
Dan een schok. Een verkeersdrempel die je niet zag—of niet wilde zien. De koffie, die stille getuige van deze ochtend, verheft zich even uit de bekerhouder, zweeft als een onvermijdelijk lot en stort zich vervolgens over je schoot, over de bekleding, over alles wat tot nu toe nog droog en intact was gebleven. Een plakkerige, lauwe herinnering aan wat had moeten troosten.
Je ademt uit, een fractie te diep, alsof je er iets mee kunt uitwissen. Maar niets verdwijnt zomaar.
Misschien voelt het daarom zo bekend. De manier waarop kleine dingen kunnen barsten, hoe iets wat bedoeld was om vast te houden toch tussen je vingers door glijdt. Zoals een verloren ov-kaart, pas gemist wanneer je hem nodig hebt. Zoals een lekke fietsband op een dag waarop je geen tijd hebt voor vertraging. Zoals een liefde die langzaamaan verandert in een reeks beleefde groeten en stiltes die niemand vult.
Je vraagt je af waarom je het nog probeert—dat evenwicht tussen grip houden en loslaten, tussen verwachten en vergeten. Uitstelgedrag voelt steeds vaker als een manier om dingen op afstand te houden, alsof je door niets af te maken de illusie behoudt dat alles nog mogelijk is. Maar het werkt nooit echt. De stapels ongeopende berichten, onafgemaakte plannen, stilgezwegen woorden bouwen zich op tot iets groters dan je ooit had willen verzamelen.
De wereld buiten gaat door. Auto’s langs je, mensen die ergens naartoe lijken te gaan, doelgericht, alsof zij het wél weten. Misschien weten ze het ook niet. Misschien zit er in elke auto iemand met een gemorste koffie, een vage teleurstelling die geen naam heeft, een onbestemd gevoel van gemis.
Het vacuüm in het heelal is niet anders dan de leegte die soms in jezelf huist—het is de rand waar je steeds tegenaan loopt, de afwezigheid van iets waarvan je niet eens weet wat het zou moeten zijn. Je herinnert je een documentaire over sterrenstelsels en hoe uitgestrekt alles is, hoeveel ruimte er is tussen wat we kunnen zien. Een onbegrijpelijke leegte, groter dan alles wat je ooit kunt bevatten. Maar het is niet de grootte die je stoort. Het is dat het er altijd al was, en altijd zal blijven.
Misschien is dat waarom de dood je soms treft in de kleinste momenten—niet in het einde, maar in de tussenruimtes. In een vergeten afspraak, een koud pak melk in de koelkast, een vraag die nooit meer beantwoord wordt. In de manier waarop je soms niet eens zeker weet of je een deur hebt dichtgedaan, of dat er überhaupt een deur was.
De koffie trekt langzaam in de stof van de stoel. De geur blijft hangen. Ergens in dit moment is er een keuze: je kunt je er druk over maken, je kunt proberen iets schoon te maken wat misschien al vlekken zal achterlaten, of je kunt gewoon verder rijden. Misschien is er geen juiste keuze. Misschien is het enige wat je kunt doen doorgaan, zelfs als je niet zeker weet waar naartoe.
Het stoplicht schakelt van rood naar knipperend oranje.


Geef een reactie