Veel mensen maken selfies die standaard in spiegelbeeld worden weergegeven. Dit komt doordat de meeste smartphonecamera’s, wanneer ze in de selfie-modus staan, de voorste camera gebruiken om het beeld weer te geven zoals je het zou zien in een spiegel. We zijn immers gewend om onszelf op die manier te bekijken: in spiegels. Maar hier schuilt een interessant optisch fenomeen.
Stel je maakt een selfie en je ziet jezelf in spiegelbeeld. Vervolgens keer je die foto nog eens om, zodat je jezelf weer “normaal” ziet. Je zou kunnen denken dat dit simpelweg teruggaat naar hoe het origineel zou moeten zijn, maar dit is niet helemaal correct. Een spiegelbeeld verandert meer dan je misschien in eerste instantie denkt.
Spiegelbeeld: een subtiele verschuiving in herkenning
Als je een selfie in spiegelbeeld neemt en deze vervolgens weer ’terugspiegelt’, dan zou je inderdaad een beeld krijgen dat meer lijkt op hoe anderen je zien. Maar de crux zit in het woord “lijkt”. De ervaring die je hebt van hoe je er uitziet, is fundamenteel beรฏnvloed door het feit dat je jezelf doorgaans in een spiegel ziet. Je hersenen zijn zodanig geconditioneerd dat je een bepaalde mate van vertrouwdheid opbouwt met je eigen spiegelbeeld.
Het omkeren van een selfie, die al in spiegelbeeld is genomen, brengt echter een andere optische ervaring met zich mee. Dit komt doordat je in de spiegel jezelf nooit precies ziet zoals een ander je zou zien. De rechterkant van je gezicht is bijvoorbeeld minder herkenbaar voor jezelf als zijnde ‘rechts’, omdat je die gewend bent te zien als ‘links’ in de spiegel. Wanneer je de selfie omdraait, lijkt het alsof je naar een vreemd, asymmetrisch gezicht kijkt, zelfs al is dat technisch gezien je werkelijke gelaatstrekken. Je ogen, mond en andere kenmerken kunnen subtiel ‘anders’ lijken, ondanks dat ze in werkelijkheid precies hetzelfde zijn.
Licht en schaduw
Een ander aspect van het verschil tussen spiegelbeeld en een opnieuw omgekeerde selfie, zit in de manier waarop licht en schaduw werken. Als je bijvoorbeeld een lichtbron aan de linkerkant hebt, zal in je spiegelbeeld de schaduw aan de rechterkant vallen. Wanneer je dit opnieuw omkeert, krijg je een lichtval die je hersenen anders interpreteren, omdat we onbewust gewend zijn aan bepaalde patronen in hoe we onszelf zien belicht.
Culturele invloed
Daarnaast speelt ook het idee van symmetrie in schoonheid een rol. Onderzoek toont aan dat mensen die zichzelf vaker in spiegelbeeld zien, zichzelf anders beoordelen wanneer ze een niet-gespiegeld beeld van zichzelf zien. Dit kan zelfs leiden tot een kleine vorm van ‘onwennigheid’ of vervreemding wanneer je geconfronteerd wordt met je werkelijke beeld, omdat dit afwijkt van je mentale zelfbeeld.
Conclusie
Hoewel het technisch mogelijk is om een spiegelbeeldige selfie opnieuw te spiegelen om deze terug te brengen naar zijn ‘originele’ vorm, blijft het resultaat voor de kijker psychologisch en visueel anders. Dit komt door de diepgewortelde manier waarop we onszelf gewend zijn te zien, zowel qua gezichtssymmetrie als door lichtval en schaduwen. Dus nee, een omgekeerd spiegelbeeld geeft niet simpelweg het origineel weer; het is echt anders.


Geef een reactie