Het geluid van de schaar klinkt vertrouwd, maar vandaag is er meer spanning in de lucht. Mijn kapster, die gewoonlijk rustig en nauwgezet werkt, kijkt met een lichte frons naar mijn hoofd. "Het is niet eenvoudig," zegt ze, terwijl ze de tafel bekijkt die op mijn kruin balanceert. Het tafeltje wiebelt nauwelijks, maar ik voel het bij elke beweging—een lichte kanteling, het risico dat een glas zou omvallen of een vork scheef zou zakken. "De poten," zeg ik met een glimlach die mijn onzekerheid verbergt, "ze moeten precies goed zijn." Haar ogen glijden naar de vier punten die de last van het tafeltje dragen. Het is een kunst om het juiste evenwicht te vinden, vooral zonder dat de tafel opnieuw gedekt moet worden. Alles staat al perfect: de glazen glinsteren, het bestek ligt in een feilloze volgorde, en het kleine plastic plantje lijkt rechtstreeks uit een miniatuurtuin te komen.
